Partyflock
 

donderdag 14 juni 2007 om 20:41

Het was fijn, een fijne zondag, dat wist ik toen al. Ik was 4 en het was fijn om te spelen op de zondag. Dan mocht ik ook mijn mooie zondagse jurk aan. Van mama mocht ik dan alleen niet buiten spelen. Dan werd mijn mooie rode jurk vies zei ze. Ik ben niet vies en ik word niet vies, dat wist ik, zo ben ik en dat weet ik. De zondag was leuk want dan kwam oma langs en opa natuurlijk, maar oma was het leukst. Oma had altijd een trommeltje met snoep mee, en als ze weg gingen mochten we alle drie drie snoepjes uitzoeken. Ze zei altijd tegen me dat ik er mooi uit zag, ik en mijn rode jurk, oma zei ook dat ik maar niet buiten moest gaan spelen want dan zou mijn rode jurk vies worden, en nette meisjes horen niet vies te worden. Ik ben een net meisje en ik word niet vies.

Ik hoorde een autodeur dichtslaan. Dat moeten opa en oma zijn dacht ik. In gedachten hoorde ik ze al weer zeggen dat ze weggingen. Naar welk snoepje ik zou pakken; die roze met allemaal spikkeltjes of de gele en rode gladde? Die met spikkeltjes vond ik het mooist, maar lekker vond ik ze niet. Die gele en rode waren lekker maar ik was er al uit; ik zou die roze met spikkeltjes pakken.

Ik rook de bloemen en de warmte, kreeg drie zoenen en draaide een rondje voor oma. Ik voelde me net een prinsesje. Ze zei dat ik mooi was in mijn rode jurk, maar dat ik beter niet buiten kon gaan spelen want dan zou ik vies worden en mooie prinsesjes horen niet vies te zijn, dus speelde ik binnen. De zondag duurde wel lang en ze gingen nog lang niet weg. Ik speelde en dacht aan het snoep wat ik straks zou gaan pakken. In mijn gedachten dwaalde mijn hand al naar het doosje.

Opa stond op, eindelijk ze gingen weg. Het moment kwam steeds dichterbij. Oma pakte de jassen en hielp opa in zijn jas. Haar handtas droeg ze altijd bij zich, dicht tegen zich aan, bang dat een van ons iets zou pakken. Ze kwam naar me toe en gaf me drie zoenen. De tas werd open geritst en daar kwam het doosje, blauw met poppetjes erop. Behalve roze snoepjes met spikkels zaten er ook groene in het doosje met suiker erop, maar die waren niet lekker en niet mooi. Mijn hand zocht naar de roze met spikkels, maar zag ook nog die gladde gele en rode. Zou ik? Toch niet? Nee, die roze met spikkels, ik wist het toch al? Ik had al gekozen; nu kon ik niet meer terug. Mijn hand brengend naar mijn mond stopte ik de gespikkelde roze snoepjes in mijn mond. Lekker was het niet maar ze waren mooi. Ik was mooi en niet vies.

Nu zit ik 16 jaar later. Flink opgedost en met een rode jurk aan op het toilet van een discotheek. Het is zondag, een fijne zondag. Ik leef de hele avond al naar dit moment toe. Mijn portemonnee gaat open en haal er een snoepje uit. De twijfel bestaat nog steeds; zou ik? Of zou ik niet? Ik had al gekozen net zoals 16 jaar geleden. Mijn hand brengend naar mijn mond en een slok water erachter aan, kan ik niet meer terug. Ik heb gekozen of ik nu wil of niet. Ik sta op van het toilet. Dan zie ik dat mijn rode jurk vies is. Ik had ook niet buiten moeten gaan spelen.

dinsdag 12 juni 2007 om 14:45

Het is vrijdag avond. Normaal was ik nu net terug van mijn werk waar we altijd een biertje deden. Nu zit ik gewoon alleen thuis en zit me tijdens het tv hangen eens te bedenken wat ik het weekend wil gaan doen.

Ik ben een type dat geen zin heeft om thuis te zitten in het weekend. Zaterdagavond dient er gestapt te worden. Thuiszitten is voor mietjes of mensen die onder de plak zitten. Ik krijg kromme tenen als ik mensen hoor zeggen dat ze gezellig een dvdtje gaan kijken met vriendin lief. Niet dat het op zijn tijd niet erg prettig is, maar meer om het feit dat de personen die ik bedoel hooguit nog vier keer in het jaar gaan stappen.

Zaterdag is het meestal crisis; de dag dat ik uit moet vinden wie er zin heeft om mee te gaan. Ik heb leuke vrienden, maar door de combinatie van mijn muzieksmaak en het feit dat ik vrijgezel ben is het vinden van iemand die mee wil soms lastig. Een keer niet stappen is ook niet altijd verschrikkelijk. Maar iedereen kent het gevoel als er een feestje in je agenda staat waar je zo graag heen wilt. Waarom ga je dan niet gewoon? Desnoods ga je alleen!

Mensen kijken me raar aan en vinden het vreemd dat ik alleen naar een feest ga. Opmerkingen “Je gaat toch niet alleen!” of “Wat heb je daar alleen te zoeken?” geven mij het verlangen om in discussie te gaan. Waarom bestempelen jullie mij als “vreemd” terwijl ik juist doe wat ik wil en me niet afhankelijk laat zijn van een vriend of vriendin. Hans Teeuwen deed eens een mongool na die zei; “Alles wat ik doe ik toch wel leuk”. Als ik hier nu bij stil sta geef ik die mongool gelijk. Ik heb immers genoeg aan mezelf om lol te kunnen maken. Ik kan namelijk ook zonder een bekende de avond van mijn leven hebben.

Kijk, er zijn natuurlijk altijd grenzen. Ik zal nooit alleen ik een kroeg gaan hangen. Ik kom persoonlijk makkelijker in contact met mensen als ik lekker aan het dansen ben op goede muziek met uiteraard een drankje. Doordat ik mezelf dan verplicht om contact te zoeken met mensen, kom ik zo de meest uiteenlopende persoonlijkheden tegen. Het gevolg is dan ook vaak dat er veel gelachen wordt en ik een hoop nieuwe mensen leer kennen met vaak een tal van overeenkomstige intresses.

Je moet je niet altijd laten weerhouden als mensen je bestempelen als vreemd. Mensen zijn nu eenmaal bang voor het onbekende en bestempelen dit vaker als vreemd. Als je de kans krijgt om de gezelligheid op te zoeken moet je dat doen. Het is gezond voor je sociale ontwikkeling en je komt steeds gemakkelijker in contact met nieuwe mensen. Weet dat niet jij belachelijk bent, het zijn zij die zich afhankelijk opstellen met de gedachten dat alleen uitgaan niet leuk kan zijn.

Nog even en ik hoef nooit meer alleen uit. Dan ken ik genoeg mensen en is er altijd wel een bekende te vinden op een goed feest.