"Lang, heel lang, maar toch ook weer niet zo idioot lang geleden, leefde
er een klein meisje in een groot huis..." Eerst las Hinkel nog voor,
maar al snel begon hij te vertellen. Over het meisje, dat vandaag ook
Sofietje heette. Over de lieve oom, een kwiek mannetje met een raar
sikje en een hinnikend lachje. Terwijl Hinkel door de kamer huppelde en
zijn stem door de zaal liet schateren, gierde Sofietje het uit: "Jij
bent het! Jij bent echt oom Jochem!" En toen hij, net als oom Jochem,
met fruitjes jongleerde en alle kiwi's op eentje na liet vallen, klapte
ze opgewonden "O, jij bent echt de allerbeste goochelaar!". Zo hadden ze
geen van beiden door hoe de deur openging, twee witte jassen en een
grijs knoetje vertederd naar binnen keken. De deur ging weer dicht.