Ik zei het nog... DOE DAT NOU NIET!!!
Maar je weet hoe ze zijn die kabouters eigenwijs.
Dus vandaar dat ik ben begonnen met het oprichten van het verzet.
Het grote anti kabouter verhaal.
(of te wel hoe komen wij aan onze haat jegens kabouters) Er was eens lang, lang geleden toen de Batavieren nog met zijn vijven waren. In een diep donker bos. Een groep jongens die de edele moed hadden zich op een fiets te gaan verplaatsen door het ruige terrein van de Belgische Ardennen. Gedurende deze tocht gebeurden er de meest onverklaarbare zaken. Banden gingen lek op verharde wegen, kettingen braken heuvelafwaarts en er gingen jongens over de kop terwijl daar geen reden voor was. Er kon maar een conclusie getrokken worden. Dit moest het werk zijn van de Ardeense brul kabouter. Niet lang daarna werd besloten om binnen de scouting vereniging waar alle jongens lid van waren een expeditie op te zetten om een van deze misbaksels te grazen te nemen en mee te voeren naar de thuishaven aan het boswegje. Daar de grootste vijand van de kabouter de trol is, werd dit edele dier al snel als mascotte in hun harten opgenomen, het trollen gedrag werd snel door alle jongens gebezigd. Sommigen van hen namen zelfs de gedaante aan van dit edele dier. Ook moest er nog een naam voor dit illustere gezelschap verzonnen worden. “Hoezo” riepen er een aantal “we zijn toch gewoon beesten” en dat werd vertaald naar het Latijn. En Animalis Vulgaris Was geboren. Zoals gezegd werd er snel een expeditie opgezet naar het gebied waar de eerste confrontatie had plaats gevonden. Ook nu weer gebeurden er vele onverklaarbare zaken. Zo was er bij aankomst maar voor drie man eten terwijl zij toch met dertienen vertrokken waren, er braken weer kettingen, er gingen weer mensen over de kop. Een Ardeense brul kabouter werd echter niet gevonden. Zo werd de expeditie afgesloten in het oord La-Roche alwaar een drinkbaar vocht werd gevonden dat gewonnen werd door kabouters uit te persen. Dit vocht werd ter plaatse La-Chouffe genoemd en had een verschijningsvorm van bier. Na enkele van deze flessen genuttigd te hebben ging de expeditie op weg naar het hun ter beschikking staand vervoer. Maar op weg daar naar toe werd in de oordrand een zeer klein irritant wezentje waargenomen dat duidelijk stond te gniffelen bij ons vertrek. Waar hij echter niet op gerekend had was dat een aantal leden van de expeditie ondertussen zeer bedreven waren in het doen van snoekduiken en zo gebeurde het dat er een Ardeense brul kabouter levend en wel in een kooi meegevoerd werd naar het Boswegje. Daar staat hij nu nog steeds boven de bar in zijn kooi op water en brood. Dit kun je zielig vinden maar denk eens aan het leed wat een zo’n klein monster teweeg kan brengen. Vandaar ook dat de afspraak is gemaakt dat diegene die dit etterbakje laat ontsnappen op de oudst beschikbare fiets naar La-Roche moet om een nieuwe te vangen.
Dood aan de kabouter, Leve de Trol.