Veroudering.
Vanaf het dertigste levensjaar verandert het lichaam door veroudering. de meeste mensen merken hier weinig van. Pas als ze veertig of vijftig zijn, merken ze dat hun lichaam veranderd. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld moeilijker iets onthouden, anderen hebben een lees bril nodig omdat ze minder scherp zien. Weer anderen zijn eerder buiten adem. Al deze zaken wijzen erop dat deze mensen ouder worden. Hierdoor weten ze dat ze een nieuwe levensfase ingaan.
Atrofie.
Een belangrijke oorzaak van veroudering is atrofie. Atrofie wil zeggen dat de organen kleiner worden. Daardoor gaan ze minder goed werken. In bijna alle organen treedt atrofie op. Zo heb je:
- Atrofie aan de nieren; de nieren breken afvalstoffen af. Door atrofie worden deze afvalstoffen mindergoed afgebroken. Omdat er daardoor afvalstoffen in het lichaam achterblijven, worden ouderen sneller ziek.
- Atrofie van de spieren; door onze spieren kunnen we ons goed bewegen. Doordat de spieren door atrofie kleiner worden, kunnen ouderen zich minder goed bewegen.
Veranderingen die bij een ouder iemand plaatsvindt.
- zowel oudere mannen als vrouwen krijgen minder haar.
- Het haar wordt bozer. Oudere vrouwen dragen het daarom vaak kort.
- Het haar van de oudere wordt grijs
- Het lichaamsgewicht van een oudere neemt af.
- De huid verliest zijn soepelheid waardoor rimpels ontstaan.
- De huid van de oudere wordt dunner waardoor bloedvaten goed zichtbaar zijn.
- De huid van de oudere gaat hangen.
- De houding verandert, de oudere gaat meer in elkaar lopen.