
SNOR
Als het riet in het voorjaar flink begint te groeien en wij het warme bed niet al te laat hebben verlaten, dan kunnen we in de uitgestrekte rietvelden een naaimachine zachtjes horen snorren. Het is echt zo’n geluid van rrrrrrr. Er zijn twee vogeltjes die dit geluid maken. De één is de snor en de ander is de sprinkhaanrietzanger. Dit laatste is een lange naam en dat komt leuk uit, want het snorrend geluid van de sprinkhaanrietzanger is een heel lang aanhoudend rrrr-geluid. De snor is een korte naam en zijn rrr-geluid is dan ook korter. Met dit ezelsbruggetje kunt U deze beide zangvogeltjes uit elkaar houden. De snor kunt u vanaf half april in de rietvelden tussen Earnewald en Grou beluisteren. Ook s’avonds laat de snor in het broedseizoen zijn geluid dikwijls horen. Te zien komt men dit veertien centimeter kleine vogeltje bijna nooit. Daar komt bij, dat het helemaal geen opvallend vogeltje is. Het is net als bij de meeste zangvogeltjes overwegend bruin, met aan de onderkant wat lichter van kleur. Dit is dan ook de reden dat men ze vroeger vergeleek met mussen. Alleen zij leven en broeden in het riet en dat doen mussen niet. Een ander verschil met mussen is dat de snor een spits snaveltje heeft. Dat hebben ze nodig, want het is een insecteneter. Bovendien is van hem bekend, dat hij ook spinnetjes erg waardeert. Voor zo’n klein vogeltje Bouwt het mannetje een vrij groot nest van riet en zeggen. In overjarig riet weet hij dit nest perfect te verbergen. In mei legt het vrouwtje in dat nest 4 tot 5 eieren, welke in twaalf dagen door haar uitgebroed worden. Ook de jongen worden door haar verzorgd. Eigenlijk is dit behoorlijk ongewoon, daar het mannetje en vrouwtje niet veel in kleur verschillen. Meestal is dat een aanwijzing dat de beide partners evenveel zorg aan het broeden en voeden besteden. De snor is hierop een uitzondering. De jonge vogels verlaten na twee het nest. Met dat het vrouwtje van de snor begint te broeden, stopt het mannetje met zijn gesnor en leiden beiden een stiekem leven. De naam heeft dit eenvoudige vogeltje te danken aan het geluid dat hij maakt. Maar at komt bij heel veel vogels voor. Half september verlaten ze onze rietvelden en vliegen dan naar Oost-Afrika, waar ze net boven de evenaar overwinteren. Begin april komen ze terug om in Europa voor nageslacht te zorgen.
De Latijnse naam is Locustella Luscinioides.