De wetenschappelijke methode zoals hierboven beschreven is een methode die alleen opgaat voor empirische wetenschap die zich baseert op waarnemingen. Voorbeelden hiervan zijn natuurkunde, biologie en sociologie. Naast empirische wetenschap bestaat er ook een andere soort wetenschap: de normatieve wetenschappen. Hiertoe worden bijvoorbeeld vakgebieden als filosofie, rechtswetenschap en soms ook economie gerekend.
Als een wetenschap bestaat uit het stellen van normen en opvattingen maakt dat die wetenschap normatief. De wetenschappelijke methode zelf is hier een voorbeeld van. Deze theorie stelt een methode voor om naar wetenschap te kijken. En uit deze opvatting vloeit een manier van handelen voort. De methode zelf kan niet op basis van empirische experimenten worden weerlegd. De norm kan alleen worden bediscussieerd, wat dan ook uitvoerig gebeurd is in de wetenschapsfilosofie. Ook in de rechtswetenschap worden normen gesteld en bediscussieerd, bijvoorbeeld normen voor de strafmaat of over redelijkheid.
Er zijn mensen die alleen empirische wetenschap tot de echte wetenschap rekenen, omdat je volgens hen alleen op basis van experimenten betrouwbare kennis kunt krijgen. Deze stroming heet in de filosofie empirisme.