Wat een gelul! Hoe kan kwatreau nou beter rijden in de bochten vooral met regen, leg me dat eens uit als je zin hebt. Dat geldt uiteraard ook over je opmerking over de sneeuw. Jij hebt echt niet meer grip in de sneeuw als een andere boerelul met een Kadett. Ik zal jou eens met slicks in de sneeuw zetten met je kwatreau, laat dan maar eens zien wat die Audi kan
Word eens tijd dat je in een quattro gaat rijden,dan merk je het verschil wel.Waarom denk je dat audi de 1 na de andere rally won?Omdat de auto meer als 100kg zwaarder was?
heb je ff??
Het woord 'quattro' is niet te vinden in een woordenboek, maar heeft inmiddels een algemeen bekende betekenis. De twee woorden 'Audi' en 'quattro' zijn in slechts twintig jaar wereldwijd steeds meer met elkaar verweven geraakt nadat de eerste Audi quattro, de eerste in serie geproduceerde auto met vierwielaandrijving, tijdens de Automobielsalon te Genève op 3 maart 1980 was onthuld.
Nu, twintig jaar later, is de permanente vierwielaandrijving van Audi niet alleen door rijders van de topmodellen van Audi, de sportieve S- en TT-modellen beproefd, maar ook ingevoerd in de rest van het modellengamma van Audi, vanaf de A3, A4, A6 tot en met de A8. Momenteel zijn meer dan 30 versies van de Audi quattro leverbaar; bijna één op de drie Audi's die van de lopende band komen, is een quattro. In totaal zijn er naar schatting 830.000 Audi quattro's wereldwijd aanwezig - bijna 35% daarvan is de laatste twee jaar gefabriceerd.
De vierwielaandrijving was al geruime tijd voor 1980 bekend, maar werd in feite exclusief bij zwaardere terreinvoertuigen toegepast evenals voor Grand Prix racewagens. Niemand heeft kunnen vermoeden hoe duurzaam de invloed van de permanente vierwielaandrijving van Audi op de automobielindustrie en de autosport zou zijn. Er zijn weinig andere uitvindingen op autogebied te bedenken die de prestaties van de auto zo drastisch hebben getransformeerd.
De koersvastheid van een auto werd door de quattro-aandrijving sterk verbeterd; verder werd de verhouding tussen vermogen en prestaties op zijn kop gezet. De rallywereld trilde begin jaren 80 op zijn grondvesten toen de Audi's met vierwielaandrijving werden geïntroduceerd.
Hoewel Audi zijn aandacht op andere vormen van autosport heeft gericht, ligt toch het belangrijkste erfgoed van de revolutionaire vierwielaandrijving voor Audi in het wereld-rallykampioenschap.
quattro en sport
De succesgeschiedenis van quattro kwam vooral goed op gang bij het debuut van de quattro in de autosport. Met een tot 300 pk opgevoerde motor behaalde de rallyversie in het debuutjaar 1981 drie overwinningen bij races voor het Wereldkampioenschap. Coureurs zoals Hannu Mikkola, Stig Blomqvist en Michèle Mouton behaalden met de quattro ook het volgende jaar zeven ritzeges en het wereldkampioenschap voor merken. Vanaf 1984 voegde de Duitser Walter Röhrl zich bij het race-equipe van Audi; direct bij zijn debuut behaalde deze dubbele wereldkampioen uit Regensburg de overwinning tijdens de rally van Monte Carlo. Het Audi4eam sloot het seizoen af met een dubbele titel: behalve het wereldkampioenschap voor merken ging ook de coureurskampioenstitel - voor Stig Blomqvist - naar Ingolstadt. Talrijke nationale titels zorgden, net zoals de jaren daarvoor, mede voor een succesrijke eindbalans.
De versie sport-quattro - met verkorte wielbasis - en de met spoilers uitgeruste quattro - zetten de triomftocht van de vier ringen op de rallypistes voort. Daarbij behoorde de meervoudige overwinning bij legendarische bergraces op de Pikes Peak in Colorado, VS, ongetwijfeld tot de spectaculairste successen.
Ook op het circuit triomfeerden exemplaren van de Audi quattro bij Noord-Amerikaanse kampioenschappen. De deelname bij de toerwagenrace-serie Trans Am eindigde in 1988 met acht ritzeges, de coureurstitel en de merkentitel van de Audi 200 quattro Coupé. Achter het stuur zaten, behalve coureurs uit de VS ook de befaamde Duitse coureurs Walter Röhrl en Hans-Joachim Stuck.
Deze beide coureurs bestuurden ook de oersterke Audi V8 quattro, waarmee het merk in 1990 tijdens de races voor de Duitse toerwagenkampioenschap aan de start verscheen. Opnieuw viel de balans indrukwekkend uit: acht overwinningen en de coureurstitel door Stuck. Een hoofdstuk in de geschiedenis van successen die nog lang niet is afgesloten, zoals de titelwinst in 1999 door de A4 quattro met Christian Abt achter het stuur bewijst.
Ontwikkeling
Het begin van het quattro-project wordt gemarkeerd door een kleine reeks gebeurtenissen: Jorg Bensinger, hoofdingenieur ondersteltechniek van Audi, kreeg van Dr Ferdinand Piëch, de huidige voorzitter van het Volkswagenconcern, de opdracht een nieuwe, krachtige auto te construeren. Dit gebeurde naar aanleiding van proefnemingen in de winter van 1975 in Scandinavie met een 75 pk Volkswagen Iltis, een militaire terreinjeep. In maart 1977 werd een oud type Audi 80 sedan (interne code A1) voor ontwikkelingsdoeleinden uitgerust met de vierwielaandrijving van de Iltis. Zes maanden later ontstond hieruit een project met een eigen projectnummer en een eigen ontwikkelingsbudget.
De werkelijke vuurproef kwam in januari 1978, toen de directeur Verkoop, Dr. Werner Schmidt, en het hoofd Marketing, Edgar van Schenck, uitgenodigd werden op Europa's steilste bergweg, de Turracher Höhe in Oostenrijk, met hellingen tot 23%. Het originele A1-prototype gaf een overtuigende demonstratie - op gewone zomerbanden, zonder sneeuwkettingen!
De directeur Ontwerp en Ontwikkeling bij Volkswagen, Dr. Ernst Fiala, keurde het plan goed om op basis van het quattro-concept in 1978 de productie voor te bereiden van een direct te bouwen tweede prototype (A2) en tenslotte voor een derde en laatste versie van de vierwielaangedreven sedan quattro die begin 1979 werd ontwikkeld. De eerste productie-quattro werd 20 jaar geleden tijdens de persdag op de Automobielsalon in Genève onthuld, een gebeurtenis die algemeen als een belangrijke mijlpaal voor het merk en voor de automobielgeschiedenis wordt gezien.
De vakpers begroette het eerste optreden van de Audi quattro uitbundig en zeldzaam eensgezind. Koppen als "Automobieltechniek van het jaar 2000 nu al leverbaar", "Geniaal ontwerp", of "Koersvaste gedachteflits" vormen het bewijs van de diepe indruk die de quattro in 1980 in Genève achterliet.
Hoe werkt quattro?
Bij de Audi quattro worden alle vier de wielen permanent aangedreven. Het voordeel is dat elk wiel in het ideale geval slechts de helft van de aandrijfkracht hoeft over te brengen in vergelijking met die bij traditionele aandrijvingen op twee wielen. Omdat de door elk wiel overgebrachte totale kracht - de som van voortstuwings- en zijgeleidingskracht - beperkt is, kan een Audi quattro naar verhouding meer zijgeleidingskracht op de weg overbrengen: de voorwaarde voor een bijzonder hoge koersvastheid in bochten en een uitmuntende stabiliteit bij rechtuit rijden, zowel op droog als op nat wegdek.
Natuurlijk kan een Audi quattro zijn superioriteit het best op natte wegen, grind en sneeuw, op een modderige ondergrond of een gedeeltelijk beijzeld wegdek laten zien. Weliswaar zijn puur elektronische regelsystemen ook bij traditionele auto's in staat het doorspinnen van wielen op het wegdek te voorkomen; maar tegelijkertijd wordt daarbij de voortstuwende kracht in dezelfde mate gereduceerd. Dat ligt anders bij de Audi quattro omdat het automatisch werkende Torsen-middendifferentieel de aandrijfkracht gelijkmatig over de voor- en achterwielen verdeelt. Wanneer zich plotseling verschillen in de toerentallen van de wielen voordoen - bijvoorbeeld wanneer alleen de voorwielen op een beijzeld oppervlak terechtkomen, reageert het systeem bliksemsnel: tot 75 % van het koppel wordt dan overgebracht naar de wielen die het langzaamst draaien. in dit geval dus de achterwielen. Het Torsen-differentieel is een zuiver mechanisch systeem.
Bij dwars ingebouwde motoren zoals in de A3, S3 en in de TT, wordt vanaf het najaar 1998 een bijzondere variant van de quattro-technologie toegepast. De elektrisch-hydraulische Haldex-koppeling reageert bijzonder snel op wijzigingen in de tractiecondities en past de verdeling van de aandrijfkracht over de voor- en achterwielen onmiddellijk optimaal aan.
quattro in de loop der tijd
Eerste generatie
Een 5-cilinder benzinemotor met turbo en laadluchtkoeling, een vermogen van 200 pk met aandrijving op alle vier wielen via de revolutionaire quattro-aandrijving met voor-, achter- en middendifferentieel; de differentiëlen midden en achter waren uitgevoerd als sperdifferentieel met handbediening.
Tweede generatie
In het modeljaar 1983 werd voor de sperdifferentiëlen volledig overgestapt van handbediening op pneumatische bediening. Hierbij konden of het middendifferentieel of midden- en achterdifferentieel samen worden vergrendeld met behulp van een trekknop met twee standen. Dit systeem werd ook gemonteerd op de Audi 80 quattro.
Derde generatie
De volgende stap in de ontwikkeling was de vervanging van het middendifferentieel door een 'Torsen'-differentieel, dat naar behoefte vergrendelde zonder dat de bestuurder hoefde in te grijpen; de bediening werd automatisch geactiveerd maar nog wel mechanisch en niet elektronisch. Het sperdifferentieel achter werkte nog steeds met handbediening, maar de sperfunctie werd al wel automatisch uitgeschakeld zodra de snelheid boven 25 km/u uitkwam. Dit systeem werd vanaf modeljaar 1980 gemonteerd op de quattro-versies van de 80, 90, 100 en 200 Coupé.
Vierde generatie
Op de laatste, huidige trap van de quattro-technologie, die in 1995 op de Audi A4 werd geïntroduceerd, is het handbediende sperdifferentieel achter vervangen door een elektronisch sperdifferentieel (EDS), dat automatisch in werking treedt zodra een van de achterwielen de grip op de weg kwijtraakt.
Variaties
De introductie van de Audi V8 in 1988 vereiste de ontwikkeling van een nieuw type quattro-aandrijving met een speciale aandrijfas vanuit de versnellingsbak naar voren voor aandrijving van de voorwielen. Het middendifferentieel wordt zo nodig vergrendeld door een volledig automatisch werkende lamellenkoppeling. Het achterdifferentieel is een 'Torsen'-differentieel. Ook hierbij hoeft de bestuurder niet zelf in te grijpen, wanneer een van beide achterwielen de grip op de weg verliest, omdat dit differentieel automatisch vergrendelt.
Dit systeem is verder ontwikkeld voor de introductie van de Audi A8 in 1994, waarbij het 'Torsen'-achterdifferentieel werd vervangen door een elektronisch sperdifferentieel (EDS), dat automatisch werkt tot een snelheid van 40 km/u. Het andere quattro-systeem dat momenteel wordt toegepast, is ontwikkeld voor dwarsgeplaatste motoren namelijk voor de Audi A3 quattro, S3 quattro en de TT quattro. Bij dit systeem wordt gebruik gemaakt van een elektronisch geregelde hydraulische lamellenkoppeling waardoor de kracht tussen de voor- en achterwielen wordt verdeeld. Ook bij deze wagens is achter een elektronisch sperdifferentieel gemonteerd.
Audi quattro rijvaardigheidstrainingen
Het Audi quattro-systeem biedt onder alle weg- en weersomstandigheden een uitstekend rijgedrag. Optimale veiligheid kan echter alleen gewaarborgd zijn als de bestuurder het quattrosysteem op de juiste manier benut. In Nederland wordt daartoe aan alle kopers van een Audi quattro een quattro rijvaardigheidstraining voor twee personen aangeboden. Gratis wel te verstaan. In deze training, die een volle dag duurt, komen onder andere de volgende zaken aan bod: het snel maar veilig een bocht nemen, het maken van een noodstop, het correcte gebruik van ABS en het remmen in bochten en uitwijkmanoevres.
Mensen die al een Audi quattro bezitten, kunnen ook aan deze training deelnemen. Voor hen is de prijs Fl. 465,00 (twee personen, incl. lunch en diner). Rijders van een Audi met voorwielaandrijving of rijders van een ander merk die ook eens met de voordelen van het quattro-systeem willen kennismaken, zijn uiteraard eveneens van harte welkom. Voor hen stelt importeur Pon's Automobielhandel een Audi quattro ter beschikking. De prijs voor een training inclusief leenauto is Fl. 699,- (twee personen, incl. lunch en diner).
De opgedane kennis kan desgewenst verder worden uitgebouwd met vervolg-trainingen op sneeuw en ijs. Audi organiseert hiertoe wintertrainingen in het Oostenrijkse Seefeld en het Finse Muonio