
donateur
Rode bosmieren maken grote mierenhopen van dennennaalden en ander organisch materiaal. Zij hebben geen angel, hoewel de mier met het achterlijf mierenzuur kan spuiten. Rode bosmieren zijn wettelijk beschermd vanwege het belang voor de bestrijding van bosbouwplagen. Zij leven voornamelijk van luizenmelk, maar zijn alleseters en eten ook wel dierlijk voedsel.
Mieren communiceren met elkaar door middel van antennecontact en feromonen (chemische signaalstoffen). De antennes bevatten zintuigen voor veel verschillende soorten waarnemingen: temperatuur, geur, warmte, vocht, kooldioxide bepaling, trilling etcetera.
Een mierenkolonie bestaat uit koningin(en), mannetjes en steriele werksters. In de paartijd vliegen de mannetjes en de niet bevruchte koninginnen uit. De bevruchting vindt in de lucht plaats, waarna de mannetjes sterven en de koningin haar vleugels verliest en een geschikte nestplaats zoekt.
Bosmieren komen versnipperd in het duingebied voor. Dit doet vermoeden, dat toen de duinen nog begroeid waren met bossen en struwelen overal bosmieren voorkwamen. Vooral de exploitatie van duinen ten behoeve van landbouw, bewoning, houtproductie en brandhoutleverantie deden de bosmierenhabitats verdwijnen. Mogelijk zijn dichte, aaneengesloten dennenbossen en kale of met lage kruidenvegetaties begroeide duinen barrières voor de bosmieren.
De behaarde rode bosmier is de meest algemene koepelbouwende bosmiersoort in de Noord-Hollandse duinen. Mogelijk zijn de dichtheden rond Bergen-Noord het hoogst in heel Nederland. Opvallend is ook dat het groene spechtenbestand in het Bergense bos een der grootste in Nederland is. De groene specht plundert de bosmierkolonies op grote schaal.
De kale rode bosmier komt overal in Nederland voor, met uitzondering van de waddeneilanden en de veenweidegebieden, droogmakerijen en kleigronden. In Bakkum bevindt zich een populatie, ontstaan vanuit een vrijgelaten tentoonstellingskolonie.
Soms komen gemengde populaties van beide soorten voor. De grotere behaarde rode mieren worden als slaven gebruikt door de kale rode mier. Dit is geconstateerd in het Berger bos.
Kale rode bosmieren en behaarde rodebosmieren kunnen zich ook met elkaar voortplanten.
De nauw verwante bruine baardmier bevolkt vooral de open duinterreinen. De grauwzwarte mier is de meest algemene mier in de duinen. Zij komt overal voor.
Op Texel komt de rode bosmier voor. De soort is verder alleen bekend uit het midden van het land. De soort maakt karakteristieke lage platte koepels van fijn materiaal. Er zijn nesten gevonden in de Westerduinen en rond het Mientje. In tegenstelling tot wat algemeen aangenomen wordt, zijn deze mieren niet ontsnapt uit het Texels Museum. Al in 1940 werden deze mierenkolonies in de Westerduinen geconstateerd.
Namen:
Ned: Behaarde rode bosmier/kale rode bosmier
Lat: Formica rufa/Formica polyctena
Eng: Red ant
Dui: Rote Waldameise