trip (de ~ (m.), ~s)
1 uitstapje, reis => pleziertocht
2 tijd gedurende welke men onder invloed is van hallucinogene middelen
kip (de ~ (v.), ~pen)
1 vrouwtje bij de tamme hoenders => hen
2 tam hoen
3 kippenvlees
ik ga voor: tijd gedurende welke men onder invloed is van hallucinogene middelen vrouwtje bij de tamme hoenders => hen!
Oftewel een Tripkip
