GOED VAN MIJ!
kheb net ff een essay afgemaakt...en er staan gewoon wijze woorden in...
geen onzin dus....w8....dit s m...hehehe...
Dienstverlenende voorlichting van organisaties, M.F. Steehouder & A.Th.H. Pruyn
Opdracht: Essay (herkansing)
“The kindness of strangers : the usefulness of electronic weak ties for technical advice”
Door: Peter Gelen, s0032115
Naam: Peter Gelen
Vak: Dienstverlenende voorlichting van organisaties
Docent: M. Steehouder
Datum: 21 mei 2002
Titel: Constant, D. – Sproull, L. – Kiesler, S. (1993). The kindness of strangers : the usefulness of electronic weak ties for technical advice. Organization Science/vol. 7, No2, March – April 1996.
Samenvatting
Eerder onderzoek naar de motivatie van mensen om “weak-ties” behulpzaam te zijn, alsmede de bruikbaarheid van de geboden hulp, vormt de theoretische basis van dit onderzoek. De onderzoekers trachtten deze theorieën te toetsen door observationeel- en experimenteel onderzoek in een organisatie. Werknemers van een wereldwijd opererende organisatie die computers ontwikkelt, waren subjecten van het onderzoek.
Een vijftal hypotheses vormden de rode draad in het onderzoek.
Gedurende zes weken onderzoek is data verzameld over de relatie tussen informatiezoeker en –aanbieder. De communicatie tussen zender en ontvanger verliep geheel via het interne netwerk van de organisatie. Het aantal en de verscheidenheid aan antwoorden, de bronnen en motivatie van de informatie-aanbieder, en de waardering van het antwoord, gegeven door de informatiezoeker, vormden de onderzochte variabelen.
Verwerking van de data leidde tot de conclusie, dat de informatie-aanbieders bruikbaar advies gaven en het probleem van de informatiezoeker oplosten. Het onderzoek ondersteunt de vijf hypothesen, wat betekent dat de oudere theorieën consistent bleken en het onderzoek daarnaast nieuwe kennis heeft opgeleverd. Deze nieuwe kennis werd met name vergaard op het gebied van de bronnen van de informatie-aanbieders en de relatie met die bronnen en de functie in de organisatie.
Daarnaast bleek er ook verband te bestaan tussen de diversiteit van de aangeboden informatie en de contacten binnen de organisatie.
Commentaar 1.
Persoonlijk spreekt me het onderzoek - de methoden en technieken, maar vooral de uitkomsten - erg aan. De onderzoekers hebben eerder onderzoek als basis genomen voor een toetsend onderzoek vanuit een ander perspectief.
De relatie tussen weak-ties, binnen een organisatie en puur berustend op interactiviteit was nooit eerder onderzocht. Dit maakt het onderzoek, ondanks de datering, erg actueel.
Naast het belang van het onderzoek voor hedendaagse netwerkorganisaties, was er nog een feit wat het onderzoek voor mij persoonlijk erg interessant maakte: de uitkomsten.
Namelijk: de afgelopen weken ben ik voor mijn studie intensief bezig geweest met de inhoud en het belang van de Media Richness Theory (Daft & Lengel). Deze theorie gaat ervan uit dat complexe communicatie via rijkere media moet verlopen dan eenvoudige communicatie. Het interessante is nu, dat de MFT rechtstreeks is te koppelen aan de uitkomsten van het onderzoek van Constant, Sproull & Kiesler.
Er werden namelijk een aantal, voor werknemers van de onderzochte organisatie, relatief eenvoudige vraagstukken via het interne netwerk wereldwijd verspreid. Ieder vraagstuk werd op diverse manieren beantwoord, maar allen leidden ze tot het gewenste antwoord of een bijdrage eraan.
E-mail is een relatief arm medium, aangezien feedback langzaam verloopt, er geen sprake van face-2-face communicatie is en er dus ook geen non-verbale communicatie plaatsvindt.
Dus de combinatie van e-mail en de relatief eenvoudige vraagstukken blijkt in dit geval ideaal, hetgeen ook door de MFT wordt ondersteund.
Wat me enigszins verbaast, is het feit dat de onderzoekers zelf de koppeling met de MFT niet maken. Ondanks dat de MFT niets aan de uitkomsten van veranderen, lijkt het mij persoonlijk niet verkeerd de theorie te noemen, gezien de overeenkomsten.
Commentaar 2.
De onderzoekers hebben een redelijk aantal variabelen onderzocht (het aantal (relevante) antwoorden, de bronnen van de informatie-aanbieders, de diversiteit van de antwoorden, de functie van de informatie-aanbieder binnen de organisatie zijn er enkele). Op een gegeven moment wordt de conclusie getrokken dat de functie van de informatie-aanbieder binnen de organisatie in verband staat met het type antwoord dat gegeven wordt. Zo zal een manager een ander, strategisch verantwoorder antwoord geven dan een werknemer van “de werkvloer”.
Echter, de antwoorden van bijvoorbeeld de managers uit de verschillende landen waar de organisatie een vestiging heeft, worden over één kam geschoren. Dat lijkt me niet reëel. Ik zal dit standpunt nader toelichten aan de hand van een voorbeeld.
Eén van de problemen die via het netwerk aan “de rest” van de organisatie voorgelegd werd, was die van het slecht functioneren van een reeks monitoren, geplaatst bij één van de klanten van de onderzochte organisatie. Op dat probleem werd zeer verschillend gereageerd, van het repareren van de slecht functionerende monitoren tot het vervangen voor nieuwe monitoren. Gezien de theoretiche en practische ervaring van de werknemers, zal bijvoorbeeld een manager daar een ander antwoord op geven dan een monteur, dat is logisch.
Maar zal een manager werkzaam in een economisch krachtig land daar ook niet anders op reageren dan een manager uit een minder welvarend land? Zal een managager uit een vestiging met zeer goede jaarcijfers niet eerder geneigd zijn de hele reeks monitoren te vervangen (of juist niet, hetgeen de grote bloei van de organisatie kan verklaren) dan een manager die veel moet bezuinigen?
Als je het mij vraagt, denk ik dat dit vraagstukken zijn die interessante data opleveren, met name voor de onderzochte organisatie natuurlijk. Misschien hebben de onderzoekers er bewust voor gekozen aspecten als economische groei, welvaart en jaarcijfers bij dit onderzoek achterwege te laten. In dat geval zou het voor mij een leuke afstudeeropdracht opleveren...
Commentaar 3.
Lekker standaard, maar niet geheel irrelevant zijn de vraagtekens die ik heb bij de generaliseerbaarheid van het onderzoek. Of het daadwerkelijk de bedoeling van de onderzoekers is geweest om generaliseerbare resultaten te boeken, is maar zeer de vraag natuurlijk. Toch ben ik benieuwd of dit onderzoek in alle netwerkorganisaties dezelfde resultaten oplevert. Ook al zou er sprake zijn van een, qua structuur, precies gelijkende organisatie, mijn mening is dat de eigen identiteit en bedrijfscultuur van die organisatie afwijkende resultaten zal opleveren.
Wél denk ik dat de link die ik eerder in dit essay maakte tussen de uitkomsten van het onderzoek en de MFT te generaliseren is. Mede daarom ben ik sterk van mening dat het gedane onderzoek zeer relevante data heeft opgeleverd voor zowel de organisatie als de onderzoekers.
Toepassing
Nogmaals ben ik geneigd de MFT erbij te halen. Het lijkt me bijzonder interessant om ook de andere aspecten van deze theorie te toetsen aan weak-ties.
Ik ben dan ook zeer te spreken over de mogelijkheden die dit onderzoek biedt voor vervolgonderzoek. Niet alleen biedt dit onderzoek handvatten om de MFT op te toetsen, ook resultaten uit het onderzoek zijn zeer de moeite waard om eens nader te onderzoeken.
Zo wordt op een gegeven moment geconcludeerd dat vraagstukken met strategische of organisationele diepgang weinig tot geen replies krijgen van de werknemers. Naar alle waarschijnlijkheid (dus mijn persoonlijke menig) houdt dit verband met de gevoelige informatie die dit aan het licht kan brengen; er kan onrust in de organisatie ontstaan. Toch lijkt het mij in dit geval ook bijzonder interessant om te onderzoeken waar die grens ligt, in hoeverre werknemers zijn bedrijfsgevoelige informatie te plaatsen op een intranet. Met name wanneer er een fusie in het geding is en er vaak sprake van wandelgangenpolitiek, wat ook eenvoudig via het intranet kan plaatsvinden.
De gegevens en uitkomsten van dit onderzoek zouden een goede basis zijn om verder te kijken dan het uitwisselen van technische informatie alleen.
Bronnen
Constant, D. – Sproull, L. – Kiesler, S. (1993). The kindness of strangers : the usefulness of electronic weak ties for technical advice. Organization Science/vol. 7, No2, March – April 1996.
Daft, R.L. & Lengel, R.H. Information Richness: a new approach to managerial behaviour and organization design. Research in organizational behavior 6, 191 – 233.
El Shinnaway, M. & Markus, M.L. (1998). Acceptance of communication media in organizations: richness or feature? IEEE Transactions in professional communication 41, 242-253