Altijd als ik een grapje maak, dan moet ik daar, uitbundig of inwendig, om lachen. Men zei vroeger nog weleens; waarom lach je om je eigen grappen? Het is niet eens grappig, waarop ik zei; Maar als ik jou iets grappigs vertel, maar ik moet er niet om lachen of wat dan ook, waarom vertel ik het dan aan jou als zijnde iets grappigs?
Conclusie: Ik ben grappig aldus mezelf. Ik weet wel dat ik redelijk boeiend de meest saaie en ballenbrekende verhalen kan vertellen, dus er zit in ieder geval een amusementswaarde in mijn spreken. Behalve soms natuurlijk, wanneer ik serieus aan het doen ben. Nou vertel, lig jij ook in een scheur om jezelf, ben je een stalen gezicht, of gewoon totaal niet amusant?
Conclusie: Ik ben grappig aldus mezelf. Ik weet wel dat ik redelijk boeiend de meest saaie en ballenbrekende verhalen kan vertellen, dus er zit in ieder geval een amusementswaarde in mijn spreken. Behalve soms natuurlijk, wanneer ik serieus aan het doen ben. Nou vertel, lig jij ook in een scheur om jezelf, ben je een stalen gezicht, of gewoon totaal niet amusant?










