Partyflock
 

Verslag van Pukkelpop, 19 augustus 2010

door , gepubliceerd op
Nog even chillen bij onze tentjes, onder de wol (slaapzak) kruipen en toen we bijna sliepen kwamen Guy en Tom terug. We werden wakker en ik had Mick aan Tom voorgesteld, omdat hij vlakbij sliep. Op donderdagochtend had ik een ‘rude awakening’, ik hoorde mijn naam geroepen worden en er werd hevig met mijn tent geschud! Het was Tom die schudde en Mick die riep: ‘Heey Roeie, wordt eens wakker!’ Met tegenzin stond ik op, ik kon nog wel effe blijven liggen, maar het mocht niet zo zijn. Niet dat ik heel slecht geslapen had, maar goed is anders, ik was wel moe. Het was pas half 10! Stelletje malloten de eerste acts begonnen pas om 11:20 uur! En dat was niet iets wat per se gezien moest worden. Na even gewassen en tanden gepoetst te hebben en langzaam op het gemak wakker geworden te zijn, besloten we dat het tijd was voor een ontbijt en wel op het festivalterrein zelf. In het naar de ingang lopen zagen we onzichtbaar vuurwerk (niet gek op klaarlichte dag) en ook vele gekleurde ballonnen de lucht in vliegen.

Rij voor de ingang

Onzichtbaar vuurwerk

Ballonnen

Op het terrein aangekomen, liepen we er eerst eens even overheen om vervolgens naast de Marquee neer te strijken. Mick en ik waren de enige die al eerder op Pukkelpop waren geweest, dus alles werd enigszins een beetje gewezen. Naast de Marquee waren eet en drinkstalletjes en we hadden al vroeg zin in vette hap: het werd een frikadel voor mij. Toen wij ons erbij gingen zitten kwamen we al snel veel bekende tegen. De dag ervoor had ik bij het opzetten van de tent Menno al gezien en ook Funs die toen richting de Boiler ging. We waren aanvankelijk met Mick, Guy, Tom (Ridderbeeks) en Bjorn, maar al snel voegde zich daarbij Tom (Bruynzeels) en Detlef bij. Daarna kwamen we Sofia en Mart tegen, samen met Jules en Katinka, Youp en Milou en uiteindelijk ook Helena (Casper stond in de Marquee vooraan samen met Thom nummer 3, Thom van der Bijl). Tenslotte besloten de meesten om maar eens de Marquee binnen te lopen voor ‘We Are Scientists’. Ik kende geen enkel liedje van hen, hoewel me wel iets bekend voorkwam, maar ik wist niet wat. Deze band deed mij erg denken aan Maxïmo Park, die ik vorig jaar al had gezien. Toen het afgelopen was hebben we nog heel even naast de Marquee gezeten, zodat we ook Casper konden begroeten. De tijd was aangebroken om naar de mainstage te spurten.

Op de Mainstage stond De Jeugd van Tegenwoordig klaar om te beginnen. Ik had ze nog niet eerder gezien en wilde Faberyayo, Fiezze Fur, Willy Wartaal en De Neger Des Heils wel eens in actie zien. Mick, die met mij mee was gekomen vond er geen biet aan. De Jeugd speelde vele bekende nummers en enkele nieuwe. De volgende tracks zijn mij bijgebleven en deden het derhalve erg goed: Get Spanish (hun eerste niet Nederlandse singel), Hengel & een Bitch (het publiek moest ‘meehengelen’), Tante Lien (Welke Lien? Lean Back!), Deze Neger Komt Zo Hard (van Wiwa), Hollereer (deed het ook erg goed), Wopwopwoooooop (persoonlijke favoriet) en hun nieuwste singel aller tijden: Watskeburt? Daarna werden deze podiumbeesten vriendelijk doch zeer dringend verzocht het toneel te verlaten.

Willy Wartaal

Fiezze Fur

Faberyayo

De Neger Des Heils

Het was tijd om te verzamelen met Casper en Helena en Thom, want op de mainstage kwam een bluesrock virtuoos van de bovenste plank die Casper en ik niet wilde missen. Het verhaal van Seasick Steve is even verbazingwekkend als mooi. Een zwerver gaat, uitgerust met een gitaar met slechts 1 snaar en een krat bier om het ritme aan te geven, muziek maken in de hoop er genoeg geld mee te verdienen om een tractor te kopen. Inmiddels staat ie op het hoofdpodium van Pukkelpop (al voor de tweede maal overigens) en heeft hij in Amerika al miljoenen albums verkocht! Het was tijd voor een lunchje dus zaten we wat verder weg van het podium, namelijk achter het grote pad. Hier troffen we ook Dia Y Noche (Sharon & Janneke, twee schone dames die artistiek hoog onderlegd zijn en bovendien feestjes organiseren waarbij ze zelf achter de draaitafels staan om het publiek de dikste pompende techno om de oren te laten knallen) voor het eerst sinds lange tijd weer. Enfin terug naar Seasick Steve: jammer genoeg werd hij begeleid door een drummer, die overigens ook er uitzag alsof hij zelf jaren gezwerfd had, en ook Steve zelf had een gloednieuwe gitaar. Het charmante was er nu wel een beetje af maar na een poosje haalde Seasick Steve toch zijn ‘One-String Jiggly Bo’ uit. En hij toonde zijn klasse, wat een muzikaliteit zit in die vent. Heerlijke Bluesrock om even lekker bij te gaan liggen chillen. Nummers die mij wel vaag bekend voorkwamen, heerlijk!

Seasick Steve

Na Seasick Steve besloot Mick om even een stukje naar voren te lopen en ik ging met hem mee. De volgende band werd aangekondigd als ‘het is tijd voor katzwijm en kutvocht, hier zijn The Kooks’. Nou zulke aankondigingen wil ik ook wel! Misschien ben ik niet zo van de popsongs, misschien ook wel, maar vooraf kon ik me even geen titels bedenken bij deze ‘gillende-meiden-band’. Uiteindelijk bleek ik toch wel een aantal nummers te kennen zoals Shine On, Always Where I Need To Be en She Moves In Her Own Way. Hoewel het niets met elkaar te maken heeft deden The Kooks mij sterk denken aan Paolo Nutini: hetzelfde warme gevoel bij goede songs, maar toch niet het ‘Yes-gevoel’. Na The Kooks besloten wij om ons maar richting Boiler te begeven en onderweg wat te eten. In de Boiler stond L-Vis1990 te draaien, OH MY GOD wat slecht, het begon lekker met een beetje Pounding Techno, maar daarna ging het over op elektro, en de mixen liepen voor geen meter meer! Gelukkig kreeg hij wel het publiek nog enigszins mee maar dat was ook alles. Na even in de Boiler te zijn geweest zijn we dan ook terug gegaan naar de mainstage voor Blink182. Daar trof ik Rosa die met vriendinnen tegen een boom hing. We gingen erbij zitten, maar al snel stond ze op om verder naar voor te staan.

Blink ging beginnen en natuurlijk kende ik wel wat liedjes, maar weer eens niet bij naam. Helaas konden we niets zien vanaf de plaats waar wij zaten. Zeer jammer want nu ik filmpjes aan het bekijken ben zie ik dat ik een machtige drumsolo heb gemist, terwijl ik die wel gezien zou hebben als ik gestaan had! Nouja, niets aan te doen. Het enige nummer dat ik herkende van die afstand was ‘What’s My Age Again’, de rest van hun nummers kende ik wel van heel lang gelegen… Maar that’s it… Daarna was het tijd om even terug te keren naar de Boiler. Daar was Jack Beats bezig met plaatjes draaien en hij deed het al een stuk beter dan de vorige dj die wij in de Boiler hadden gezien. Toch vonden Mick en ik er niet zo heel veel aan omdat het ene hitje na het andere ons om den oren vloog: zoals Fake Blood – Mars en Swedish House Mafia – One (Congorock Remix). Dus vonden we toch maar om even terug te gaan naar het hoofdpodium omdat, hoe kort ook, je MOET gewoon eens Iron Maiden gezien hebben. Toen we daarheen liepen smste ik Inge, mijn in Hasselt studerende nichtje, om te vragen of zij misschien thuis was zodat wij ons, in ruil voor een fles wodka, even konden opfrissen, schijten etc. Maar dit was helaas niet het geval.

Toen voor Iron Maiden het doek viel en zij begonnen met spelen was het podium omgetoverd tot een Star Wars-achtig decor. We hebben ongeveer de eerste twintig minuten gezien van deze band en hielden het toen voor gezien. Deze oude rotten vond ik wel prima, maar het was niet echt iets voor mij. Beter gingen we naar Danko Jones, een held die we helaas op Pinkpop gemist hadden.

Danko Jones

Hij begon zijn optreden gelijk met hoe jammer hij het vond dat hij gelijk stond met Iron Maiden, omdat ie dacht dat er niemand zou komen. Het tegendeel was waar want de Shelter stond goed gevuld en dat wilde hij weten ook. Of we maar meer geluid konden maken dan ‘Fucking Maiden’… Hij vervolgde met het voorzingen van een melodietje, wat wij volgens hem niet konden nazingen omdat de meesten in de Shelter strontjezat was en begon toen maar met zijn eerste nummer First Date. Ook speelde hij nog Cadillac, voordat Mick begon te klagen dat hij zo slecht geslapen had. Niet gek als je je bedenkt dat hij enkel een slaapzak had en geen matje. Daarom zijn we naar de camping gegaan om daar naar de zogenaamde campingshop te gaan. Hier waren gelukkig matjes te koop en bovendien hebben we daar ook maar zonnenbrandcreme gekocht want wij waren tijdens deze eerste dag al behoorlijk rood geworden. Enfin wij naar onze tentjes om Mick’s matje weg te leggen, hij gaat liggen in zijn tent en steekt zich een flinke jonko op uit zijn waterpijp van de wiet die hij nog van Pinkpop had!

Na even gechilled te hebben werd het hoog tijd om ons weer richting festivalterrein te begeven. Op het hoofdpodium kwam een van mijn meest favoriete bands: Placebo. Ik had ze vorig jaar al drie keer gezien (waaronder Pukkelpop 2009) en wilde dat gewoon nog eens dunnetjes overdoen. Ondanks het feit dat we 20 minuten voor aanvang pas vertrokken, konden we ons nog tot in het linker voorvak manouvreren. Helena (die ook groot fan is van deze band) en Casper konden we helaas niet meer terug vinden. Placebo begon hun set met een nummer dat ik aanvankelijk niet kende. Maar later wist te herkennen als ‘Nancy Boy’. Brian Molko, de frontman en gitarist/ zanger van de band zag er anders uit als anders: Normaal gesproken ziet hij er enigszins emo uit met een zwarte skinny jeans en meestal ook een zwart jasje. Nu had hij een witte broek aan, een wit jasje, een mutsje en zelfs zo’n stylo-bril!

Brian Molko

Als tweede speelden ze een nummer waarmee ze eigenlijk altijd openen ‘Ashtray Heart’. Zij vervolgden hun set met ‘Every Me Every You’ en ‘Special Needs’, dit laatste nummer had ik zeker niet verwacht dat ze gingen spelen vanwege de overdreven teksten over pedofilie. Niet dat Placebo vies is van foute teksten, maar dat nummer had ik niet verwacht. Dus… Na dit nummer had Brian Molko een geweldige introductie van een volgend liedje: ‘People call me a lot of things, mostly motherfucker… Sometimes people call me a confrontatationalist, sometimes people call me an anarchist, but sometimes people call me an ‘ownonist’… which means I masturbate to much, which in fact is true! However sometimes I’ve got the tendency to feel a little Bhuddist, and ….’ Ik wist al welk nummer ging volgen: ‘The Neverending WHY’! Helemaal meegezongen uiteraard, net als de voorgaande nummers. Daarna speelden ze enkele oudere nummers die ik vaag herkende, maar toch niet helemaal kon thuisbrengen helaas. Voorbeelden hiervan zijn ‘Bright Lights’ en ‘All Apologies’(everyone is gay) welke in feite een cover is van Nirvana. Ook speelden ze uiteraard hun grootste hit ‘Meds’, gevolgd door ‘Song To Say Goodbye’. Ook deze weer helemaal uit volle borst meegezongen. Daarna kwam mijn hoogtepunt van het optreden wat mij betreft: ‘The Bitter End’… Op de een of andere manier klonk het anders dan normaal, maar oh zoooo lekker. Placebo speelde sowiezo de nummers anders dan anders. Misschien om er wat variatie in te brengen, misschien omdat het beter klonk, wie zal het zeggen. Ook speelden ze het nummer ‘Trigger Happy’, dat sinds kort enkel is uitgebracht op single, maar op nog geen enkel album staat. Ondertussen was Mick in slaap gevallen, staand! Hij was zo stoned geworden dat ie zijn ogen niet meer kon open houden. Het nummer ‘Post Blue’ kende ik dan weer niet en ‘Infra Red’ wel. Ze sloten af met ‘Taste In Men’, wat een heerlijk optreden! Omdat Placebo in mijn top 5, op de vierde plaats is geëindigd, hier het eerste filmpje van Bitter End. Deze, en ook de andere filmpjes die nog volgen, is niet door mij gefilmd… dat je het effe weet.

http://www.youtube.com/watch?v=EPyN5b4NVAA
Brian Molko - Placebo

Na dit optreden was Mick nog steeds niet helemaal wakker. We spraken af om even naar de boiler te gaan om naar Noisia te kijken en als het dan nog niet ging, waren we zo weer bij onze tentjes. Gelukkig werd hij na een kwartiertje Noisia goed wakker. De Drum&Bass vloog ons om de oren en ook de minder dance-gerelateerde festivalgangers gingen aardig los. Omdat de Boiler ernstig vol was besloten we om ons op het podium in het midden te begeven. Nadat Tom Bruynzeels ons even vergezeld had vonden wij het tijd om te gaan slapen. Het was inmiddels half drie. Bij de tenten gooiden we nog een paar M&M’s richting andere tenten en dronken ons een biertje, een uurtje later gingen we slapen en toen ik net 5 minuten lag, werd er hevig aan mijn tent gerammeld: ‘Matty, lig je nu al te pitten?’ Het waren Guy en Tom Ridderbeeks. ‘Dit ben ik niet van je gewent’ zei Guy. En daar had ie gelijk in: een van de grootste feestbeesten van Maastricht en omstreken gaat altijd door tot in de vroege uurtjes, maar ditmaal dus niet.