voordat je het vraagt he Ray
´harts·tocht
de hartstocht (mannelijk); de hartstochten
1 sterke drang van de zinnelijke natuur
voorbeeld
+ zelfstandig naamwoord
de slaaf zijn van zijn hartstochten
+ bijvoeglijk naamwoord
edele hartstochten
+ werkwoord
zijn hartstochten bedwingen
+ voorzetsel
zich door zijn hartstochten laten meeslepen
2 onstuimige liefde
voorbeeld
+ voorzetsel
hij heeft een hartstocht voor de muziek
Bron: Van Dale
