fiets = klein kind ( handige harry besloot ineens over te steken )
en een hond bijna die blijkbaar fietsers behoorlijk aan trekenlijk vind,
auto ( bij maat ) = schaap, reden over de dijk tussen allemaal schapen, wij reden rustig, en elke normale schaap daaro ging dus aan de kant, behalfe één henk, die moest zo nodig zichzelf parkeren voor de auto,
Ook nog een dronklap , die schomelde al de heletijd heen en weer, een klein beetje dus we reden al langzamer, en proberen ervoor bij te komen, uitrekend op dat moment moest ie zo nodig van z'n fiets vallen,
gelukkig kon me moeder net op tijd remmen,
Trein = rustig normaal dagje richting school dacht ik,
enemaal in een rare bocht meteen na de bocht zit een overgang
oud vrouwtje met der scootmobiel dacht nog even snel te kunnen oversteken, helaas wist zij niet, dat de trein behoorlijk snel te plekken is, ( blinde bocht )