Partyflock
 
Forumonderwerp · 750090
37 volgers · 401569x bekeken
Waarschuw beheerder
+1-2
Ik begin met het woord 'ROOK'

En het eerste woord dat bij de voorganger opkomt na het lezen van het woord 'ROOK' is?????
 
Waarschuw beheerder
slamat makan
 
Waarschuw beheerder
toetje
 
Waarschuw beheerder
ben and jerry`s
Waarschuw beheerder
chocoladeijs
 
Waarschuw beheerder
magnum
Waarschuw beheerder
donateur
nootjes
 
Waarschuw beheerder
schillen
Waarschuw beheerder
pellen
 
Waarschuw beheerder
rekenen
 
Waarschuw beheerder
school
 
Waarschuw beheerder
werk
 
Waarschuw beheerder
herrie
Artiest {SHOWLIST artist 24562, 75556, 58504}
Waarschuw beheerder
gabbertjes:d
 
Waarschuw beheerder
hakkuh
 
Waarschuw beheerder
hout
 
Waarschuw beheerder
bijl
Waarschuw beheerder
moordwapen
Waarschuw beheerder
kogel
 
Waarschuw beheerder
[Dit bericht verbergen]

[Meer tonen]
Tank (voertuig)
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

M1 Abrams tankEen tank is een gepantserd militair gevechtsvoertuig met rupsbanden en een geschutskoepel, met als hoofdfunctie direct vuur af te geven. De tank moet dus onderscheiden worden van zowel de pantserwagen (zoals de Patria) als het gemechaniseerd geschut en de pantserhouwitser en het infanteriegevechtsvoertuig. Het woord "tank" stamt uit het Engels; in Nederland werd tot de Tweede Wereldoorlog meestal de term vechtwagen gebruikt.

Inhoud [verbergen]
1 Ontstaansgeschiedenis
2 Ontwikkeling
3 Overzicht van tanks (onvolledig)
3.1 Tanks gebruikt tijdens de Eerste Wereldoorlog
3.2 Tanks gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog
3.3 Tanks gebruikt na de Tweede Wereldoorlog



[bewerk] Ontstaansgeschiedenis

Een Britse Mark IV.Om de impasse waarin de Eerste Wereldoorlog was geraakt te doorbreken, zochten alle betrokken partijen koortsachtig naar nieuwe wapens.

Al ruim voor de Eerste Wereldoorlog hadden verschillende militairen de ontwikkeling bepleit van gepantserde rupsvoertuigen als een logisch uitvloeisel van de vervanging van spierkracht door machinekracht. Vanwege de hoge kosten had echter geen enkel leger zelfs maar een prototype vervaardigd. In 1903 kwam de Franse kapitein Levasseur met een plan voor een canon autopropulseur op rupsbanden. In 1907 probeerde in Engeland majoor Donoghue, om Roberts, de fabrikant van de Hornsbytractor, over te halen een gevechtsvoertuig te ontwikkelen op basis van zijn chassis, maar die weigerde. De plannen voor een Motorgeschütz opgesteld in 1911 door de Oostenrijkse luitenant Günther Burstyn, werden door zowel het Oostenrijks-Hongaarse als het Duitse leger met grote belangstelling ontvangen, maar er werden geen fondsen ter beschikking gesteld. In 1912 stuurde de Australiër Lancelot A. de Mole plannen voor een tank naar de Britse War Office, die echter verworpen werden. Vanaf maart 1913 werd er in Duitsland door een zekere Goebel een Landpanzerkreuzer ontwikkeld; dit monster van 550 ton was echter geen rupsvoertuig, maar werd geacht zich op gigantische ballen voort te bewegen.

Op een heel geleidelijke wijze evolueerden commerciële legervrachtauto's in pantserwagens toen de troepen om zich te beschermen hun voertuigen voorzagen van geïmproviseerde pantserplaten. Vrachtautofabrieken begonnen daarna (vanaf 1902) speciale pantserwagens te produceren. Deze pantserwagens waren maar beperkt bruikbaar op het slagveld door hun geringe terreinvaardigheid.



Tanks uit de Eerste Wereldoorlog: Tanks in actie tijdens de opmars van de geallieerden bij het Franse Langres in 1918 (download/info)

In 1914 gebruikten alle partijen vanaf het begin van de oorlog dit soort pantserwagens, zo ook de Britten. Toen de fronten nog in beweging waren bewezen ze hun nut. Maar al snel verzandde de strijd in een loopgravenoorlog. In de herfst van 1914 kwam een Britse officier, majoor Ernest D. Swinton, op het idee om gepantserde rupstractoren gepantserde sledes vol soldaten over de vijandelijke loopgraven heen te laten trekken. Onafhankelijk van hem kwam in 1915 de Franse kolonel Jean-Baptiste Eugène Estienne op precies hetzelfde idee. Swinton stuurde een nota aan zijn functioneel superieur, luitenant-kolonel Maurice Hankey. Deze stuurde eind december een memorandum aan het Committee of Imperial Defence, met als lid de First Lord of the Admiralty Winston Churchill. Churchill schreef op zijn beurt weer een nota aan premier Herbert Asquith, waarin hij de vaste verwachting uitsprak dat de Duitsers weldra met een soortgelijk wapen zouden komen (iets waarvoor overigens niet het minste bewijs bestond). Verontrust beval Asquith minister van oorlog Lord Kitchener een commissie in het leven te roepen die de ontwikkeling van pantservoertuigen moest bestuderen. Dit was het begin van de ontwikkeling van de Mark I.

Het Britse leger had hierdoor als eerste een werkende machine gereed voor inzet. Van de in totaal 49 machines die op de eerste dag, 15 september 1916, werden ingezet haalden slechts 32 de frontlijn en het merendeel hiervan werd al snel door de Duitsers uitgeschakeld.

De Mark I werd al snel opgevolgd door verbeterde typen (Mark II; Mark IV; Mark V; Whippet) en ook het Franse en Duitse leger kwamen na enige tijd - respectievelijk 1917 (Schneider) en 1918 (A7V) - met een soortgelijk apparaat.

Er waren echter ook uitvinders die in het begin van de Eerste Wereldoorlog onafhankelijk op hetzelfde idee gekomen waren. In 1915 waren dat in de Verenigde Staten Cleve F. Shaffer en E.M. Wheelock (welke laatste nog plannen naar Engeland opstuurde); in Italië kapitein Luigi Cassali, die door de Pavesi fabriek nog een prototype liet bouwen; in Rusland ingenieur A.A. Porokowskikow die de Wezdjechod maakte (een klein voertuig op een enkele rupsband), ingenieur V.D. Mendelejew, die een landkruiser van 170 ton ontwierp en N.N. Lebedenko, die de Tsaartank construeerde en in Oostenrijk Leo Steiner.


[bewerk] Ontwikkeling

Een colonne BT5's, een tank die in massaproductie gemaakt werd.De eerste tanks waren van het type box tank: een simpele doos van pantserstaal op rupsbanden waarin alles opeengepakt was. Men had nog niet goed nagedacht over wat een tank eigenlijk moest zijn — en men wist ook nog niet zo goed wat men er concreet mee wilde doen. Toen dat laatste meer doordacht werd door de Britten Martel en Fuller en de Fransman Estienne, volgde meteen de volgende fase in de tankontwikkeling in de gedaante van de FT-17, de eerste moderne tank, met de motor achterin en een koepel bovenop. Hoewel de Entente grootse plannen had voor 1919 zouden de tanks de Eerste Wereldoorlog niet in dat jaar beëindigen; 1918 bracht de vrede toen er pas zo'n 8000 gemaakt waren. De Duitser Heinrich Schnorz ontwikkelde tegelijkertijd de Stoomtank, een tank die zich voortbewoog door middel van stoom. Voor deze tank waren grote hoeveelheden kolen en water nodig. Het was wel de eerste tank die beschilderd werd in schutkleuren.

In de jaren twintig viel de tankproductie vrijwel tot nul terug. Er was des te meer aandacht voor de kwaliteit, met name van het loopwerk. Ingenieurs maakten voor het eerst prototypes die snel waren en relatief betrouwbaar. Iedereen was het erover eens dat tanks hét wapen waren van de toekomst. Maar men verschilde van mening over hoe die toekomst eruit zou zien en hoe snel hij zou komen. Voorlopig zou er geen geld zijn om hele nationale strijdmachten volledig te mechaniseren. Fuller meende dat men hierom pure tankeenheden moest creëren om deze zwakte uit te buiten. De meeste tactici vonden echter dat je beter twee klassen tanks kon bouwen; één voor de bewegingsoorlog, de ander voor de ondersteuning van de infanterie. Elke klasse moest weer uit lichte, middelzware en zware tanks bestaan. Bestond modernisering niet uit arbeidsspecialisatie?

Toen in de jaren dertig Stalin een wapenwedloop begon, gingen alle grote mogendheden over op de massaproductie van zulke gespecialiseerde tanks, behalve de Verenigde Staten die bijna geen tanks maakten. De Sovjet-Unie richtte zich daarbij al gauw op de lichtere typen, de T-26 en de BT-serie, waarvan er tezamen bijna tweemaal zoveel geproduceerd werden (22.000) als alle andere tanks in de jaren dertig bij elkaar. De veel kleinere tankmacht van Duitsland bestond voornamelijk uit nóg lichtere tanks: de Panzerkampfwagen I en de Panzerkampfwagen II. De Duitsers waren daardoor wel gedwongen hun tanks apart te houden en ze te integreren met gemotoriseerde infanterie. Alleen Frankrijk beschikte over een effectieve hoeveelheid zware doorbraaktanks (Char B1 bis).


Een Königstiger.In het begin van de Tweede Wereldoorlog bleek dat de Duitse organisatie superieur was en het mogelijk maakte om zowel grote infanterielegers door diepe strategische penetraties te verslaan als de vijandelijke pantserreserves te overtroeven met gecombineerde infanterie/tank-eenheden: de tactiek van de Blitzkrieg. De Geallieerden reageerden hierop met de geforceerde massaproductie in 1942 van nieuwe zwaardere tankgeneraties (T-34, M4 Sherman). Duitsland maakte de fout om een nog zwaardere generatie tanks (Tiger I en Panther) te willen produceren. Hierdoor liep het een fatale achterstand op in de tankproductie. Toen het de Geallieerden in 1944 begon in te halen, was het te laat. Bij het eind van de oorlog waren er zo'n half miljoen pantservoertuigen geproduceerd, waarvan maar een tiende van Duitse makelij.

Na de oorlog waren er nog maar drie producenten van tanks over: de Sovjet-Unie, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Door deze drie werden alle moderne legers in de jaren vijftig gemechaniseerd. Hierdoor verloren de eigenlijke tanks hun speciale karakter, daar het hele leger nu met pantservoertuigen uitgerust was. Maar ze werden zelfs zó normaal dat ze de kern gingen vormen van iedere tactiek. Alles draaide nu om de tank, het gewone hoofdslagwapen, waarvan er zo'n 60.000 accumuleerden in de kleinere vredeslegers, terwijl in de oorlog de organieke sterkte van alle partijen tezamen de 25.000 nooit oversteeg. De kwalitatieve ontwikkeling verliep langzaam: tanks bleven ongeveer even zwaar; de Sovjets kwamen met kanonstabilisatie en waaduitrusting, de Amerikanen met afstandsmeters.

In de jaren zestig werd die ontwikkeling voltooid, toen er geen zware tanks meer gebouwd werden, maar inderdaad alleen nog Main Battle Tanks. Duitsland en Frankrijk begonnen weer zelf tanks te bouwen, de Leopard 1 en de AMX-30, die lichter waren dan de Britse Chieftain. Amerika verwaarloosde de kwantitatieve productie vanwege de kosten van de Vietnamoorlog, maar begon wel samen met Duitsland aan het zeer futuristische MBT-70-project, dat echter tot niets leidde. Het was de Sovjet-Unie die op voorsprong kwam met de T-64, een tank met afstandsmeter, gelaagd pantser, automatische lader en gladloopskanon voor het afvuren van subkaliberstaafmunitie.


Verontrust door de superioriteit van de Sovjettypes, gingen de Westerse landen eind jaren zeventig over op de productie van modernere tanks, die zwaarder en dus beter gepantserd waren dan die van het Warschaupact en ook beschikten over hypermoderne vuurleidingssystemen met laserafstandsmeter en volledige stabilisatie: de Duitse Leopard 2, de Britse Challenger, de Amerikaanse M-1 Abrams en de Franse Leclerc. Ondertussen waren er vele nieuwe soorten antitankwapens verschenen. In de pers leidde dit tot berichten als zou de tank verouderd zijn. In feite werden er echter méér tanks gekocht om de grotere kwetsbaarheid te compenseren, de accumulatie liep op tot zo'n 200.000. Voor de tank zelf was er immers geen alternatief, omdat de hele legerorganisatie rond dit wapensysteem was opgebouwd. Antitankwapens bevestigden dit alleen maar.

Dit veranderde pas door het einde van de Koude Oorlog. Legers worden overgeschakeld op het uitvoeren van vredestaken. Daarvoor zijn tanks overbodig, en de productie ervan is vrijwel stilgevallen. Hoewel er nog wel nieuwe prototypes ontwikkeld worden, zijn er geen concrete plannen een heel nieuwe generatie tanks in dienst te nemen. De tankindustrie houdt zich nog op de been door de modernisering van bestaande tanks. Uitgefaseerde oudere tanks worden aan armere bondgenoten geschonken. Alleen de Derde Wereld schaft nog wel nieuwe tanks aan, met name China, dat zijn eigen productie niet heeft verminderd.


[bewerk] Overzicht van tanks (onvolledig)

[bewerk] Tanks gebruikt tijdens de Eerste Wereldoorlog
Frankrijk
Schneider
St Chamond
FT-17
Char 2C
Verenigd Koninkrijk
Mark I
Mark II
Mark III
Mark IV
Mark V
Mark VI
Mark VII
Mark VIII
Mark X
Flying Elephant
Whippet
Medium Mark B
Medium Mark C
Medium Mark D
Italië
Carro Fiat Tipo 2000
Carro Fiat Tipo 3000
Duitsland
A7V
A7V-U
Leichter Kampfwagen I
K-Wagen

[bewerk] Tanks gebruikt tijdens de Tweede Wereldoorlog
België
T-13
T-15
Duitsland
Panzerkampfwagen I
Panzerkampfwagen II
Panzerkampfwagen 35(t)
Panzerkampfwagen 38(t)
Panzerkampfwagen III
Panzerkampfwagen IV
Panther
Tiger I
Tiger II, (ook Königstiger genoemd)
Maus (prototype)
Ratte (prototype niet gebruikt)
Frankrijk
AMR 33
AMR 35
AMC 34
AMC 35
SOMUA S35
Char D1
Char D2
Char D3
Char B1 bis
Hotchkiss H35
Renault R35
FCM 36
Char Batignolles-Châtillon
APX 35
Italië
L3/35
L6/39
M11/39
M13/40
Japan
Type 89 Chi-Ro
Type 89 Yi-Go
Type 92 Jyu-Sokosha
Type 94 TK
Type 97 Chi-Ha
Type 97 Te-Ke
Type 95 Ha-Go
Type 97 Chi-Ha
Type 98 Ke-Ni
Type 1 Chi-He
Type 2 Ho-I
Type 2 Ke-To
Type 3 Chi-Nu
Type 3 Ka-Chi
Type 4 Ka-Tsu
Type 4 Ke-Nu
Type 5 Ke-Ho
Polen
4TP
7TP
9TP
Roemenië
TARMAC
Sovjet-Unie
T-16
BT-5
BT-7
T-34
T-35
T-100 (prototype niet gebruikt)
IS-1
IS-2
IS-3
KV-I
KV-II
KV-85
Tsjechoslowakije
Lt 35
Lt 38
Verenigde Staten
M3 Grant
M3 Stuart
M4 Sherman
M26 Pershing
M36 Jackson
Verenigd Koninkrijk
A34 Comet
Cromwell
Churchill (tank)
Matilda (tank)
Valentine

[bewerk] Tanks gebruikt na de Tweede Wereldoorlog
Frankrijk
AMX-13
AMX-30
AMX-32
Leclerc
Duitsland
Leopard 1
Leopard 2
Verenigde Staten
M26 Pershing
M46 Patton
M47 Patton
M48 Patton
M60
MBT-70
M1 Abrams
Verenigd Koninkrijk
Centurion
Conqueror
Chieftain
Challenger 1
Challenger 2
Sovjet-Unie
Object 279 (prototype niet gebruikt)
T-54/55
T-62
T-64
T-72
T-80
T-90
Israël
Merkava
China
Type 59
Type 62
Type 63
Type 69
Type 79
Type 80
Type 85
Type 88
Type 90
Type 96
Type 98
Type 99
MBT 2000 (China/Pakistan)
Commons

Meer afbeeldingen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Tank op Wikimedia Commons.




Categorie: Tank
 
Waarschuw beheerder
Zee
 
Waarschuw beheerder
Zout
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Zout kan verwijzen naar:

voedingszout: keukenzout of zeezout,
strooizout, gebruikt voor gladheidsbestrijding van wegen,
smeltzout, een zoutverbinding die bij de bereiding van metalen gebruikt wordt om de metalen te beschermen tegen oxidatie,
onthardingszout, om water te ontharden,
landbouwzout,
badzout,
zouten in de scheikunde, verbindingen waarbij de componenten tegengesteld geladen zijn,
één van de vijf smaken, zie zout (smaak).



Dit is een doorverwijspagina, bedoeld om onderscheid te maken tussen de verschillende betekenissen en gebruiken van de term Zout.
Op deze pagina staat een uitleg van de verschillende betekenissen van Zout en verwijzingen daarnaartoe. Bent u hier via een pagina in Wikipedia terechtgekomen? Pas dan de verwijzing naar deze doorverwijspagina aan, zodat toekomstige bezoekers direct op de juiste pagina terechtkomen.

Bekijk alle artikelen waarvan de naam begint met Zout.
Waarschuw beheerder
donateur
tikkels
Waarschuw beheerder
partydeco
 
Waarschuw beheerder
slingers
Waarschuw beheerder
serpentine
 
Waarschuw beheerder
confetti
Waarschuw beheerder
papier
 
Waarschuw beheerder
best
Waarschuw beheerder
eindhoven
Waarschuw beheerder
donateur
philips