De een wandelt ’s ochtends de deur uit en hoort de vogeltjes fluiten, de ander ziet een blauwe lucht. Weet je wat ik zie? Kutjes! En ’t is raar maar waar, op geen enkel mutsje zit nog haar.
In de jaren ’80 was het nog kinky om op een romantische avond het scheergerei tevoorschijn te toveren en met een mes en een flinke dot schuim over de flamoes heen te racen.
Anno 2004 is het echter schering en inslag en alleen koning Gilette vaart er wel bij.
Laten we eerlijk zijn, een bos haar tot halverwege de knieën verdient ook mijn voorkeur niet.
Maar een leuk toefje waar je lekker doorheen kunt kroelen en waarvan die verleidelijke, vrouwelijke geur ons veelbelovend tegemoet treedt, is mijns inziens beter dan een naar Lactacyd ruikende kalkoenennek vol met puisten van het onzorgvuldige scheren. Zelfs de geur mag er niet meer aanzitten.
Terwijl iedereen inmiddels weet dat feromonen, die onnavolgbare lokstoffen, juist bedoeld zijn om ons op te geilen, schreeuwt de reclamewereld ons toe dat we stinken als we ook maar één geurdeeltje verspreiden.
Je eigen geur is echter het meest opwindende dat moeder natuur ons te bieden heeft en een tot twee keer douchen per dag is ruim voldoende (uitzonderingen daargelaten, de zogeheten mufkutten). Denk aan parfums, musk wordt gemaakt van geil rendierensap en het werkende bestanddeel van wiet, thc, is de lokstof van een vrouwelijke plant.
Seks ruikt tegenwoordig niet meer naar seks. Want wat houden we tegenwoordig over aan een goede wip? Een mengelmoes van rubber en ontsmettingsvloeistof. En alsof dat het ergste niet is, valt er voor ons niks meer te scheren.
Kusjes,
Greefje