De mannenharem
Lag op een sofa
slechts gekleed in negligé
stonden vijf gespierde mannen
al smachtend om mij heen
zaten mij te smeken
ogen keken mij verlangend aan
voelde mijn weerstand breken
liet mij wellustig gaan
Strelende mannenhanden
Tintelingen door mijn lijf
deed het hellevuur ontbranden
Wilde ze alle vijf
vingers door mijn haren
bewoog mij rhytmisch op en neer
bespeelden gevoelige snaren
liet mij gaan keer op keer
zalige mannenlijven
voor het vrouwelijke vertier
bedoeld om liefde te bedrijven
wilde nooit meer weg van hier
ruw gewekt door de wekker
was tijd om op te staan
baalde als een stekker
heel mijn droom naar de maan!


