Amsterdam versus Rotterdam, + het prille begin van de commercie:
Parkzicht in Rotterdam was tot aan 1989 een populaire punk- en new-wave-discotheek. Maar ze wilden een nieuwe sound die zich onderscheidde van de veelgedraaide Chicago-house. Dus haalde men Rob Jansen binnen. Hij struinde alle obscure platenzaken af, op zoek naar nieuwe muziek. Zo stuitte hij op de veel hardere break beat, hard beat en acid house, wat allemaal enorm aan bleek te slaan bij het Parkzicht-publiek. Uit het hele land kwam men opeens naar deze discotheek.
In Amsterdam draaiden ze nog steeds massaal Chicago-house. Mellow- en hardcore-fanaten gingen zich steeds meer onderscheiden, en geleidelijk aan volgde een splitsing. De bezoekers van de Amsterdamse Roxy lieten hun haar groeien, in combinatie met een sixties- en seventies-revival. En in Parkzicht schoren ze hun hoofd juist kaal, terwijl de kleding steeds meer uniform werd: Een spijkerbroek met een jack, een trainingspak en altijd vergezeld van Nikes.
De Amsterdammers vonden het maar niks, de manier waarop in Parkzicht de housecultuur te grabbel werd gegooid aan 'het plebs'. K.C. the Funkaholic, een populaire Amsterdamse DJ op dat moment, kwalificeerde nieuwe Rotterdamse house in een interview als 'van die gabbermuziek', een kat die gelijk tot geuzennaam werd verheven. En zo ontstond het woord 'gabberhouse'. Een fenomeen dat in 1991 en 1992 door hits als 'James Brown is dead' van LA Style (Wessel van Diepen claimt hiermee de eerste gabberhit te hebben gescoord, hoewel de ware gabber er iets anders overdenkt), steeds bekender werd bij de massa. Paul Elstak en Rob Fabrie maakten als 'echt' hardcore-antwoord daarop 'James Brown is still alive'.
(Nog geen jaar later zou verder de eerste Thunderdome-verzamelaar uitkomen, die massaal verkocht werd. En er zouden er nog velen volgen.)
Bron :
NINETIES