De bunzing gaat bij de jacht vooral op zijn neus en oren af. Afhankelijk van de prooi past hij uiteenlopende tactieken toe om deze te doden: een konijn wordt in de neus gebeten, een muis in de kop en een kikker in de nek. Verder vangt hij veel insecten, wormen en vogels.
Hij graaft zijn hol zelf of bewoont de verlaten bouw van andere dieren. Omdat het zijn gewoonte is niet dicht bij zijn hol te jagen en hij alleen bij duisternis actief is, wordt zijn aanwezigheid dikwijls niet opgemerkt.

Grrrrrrrrrrrr!