ca·ba·ret (het ~, ~s)
1 genre in de toneelkunst met veelsoortige, luchtige acts, vaak met een actueel karakter
ca·ba·re·tier (de ~ (m.), ~s)
1 in een cabaret optredend artiest => kleinkunstenaar
stand-up·co·me·di·an (de ~ (m.), ~s)
1 beoefenaar van stand-upcomedy
stand-up·co·me·dy (de ~ (v.))
1 uit de VS afkomstige vorm van gesproken solocabaret die zich kenmerkt door snelheid, een directe toon en de afwezigheid van theatrale hulpmiddelen
Het verschil tussen een standupcomedian en een cabaretier is dat de cabaretier gebruik maakt van decor en andere hulpmiddelen

en vaak een thema heeft dat telkens terug komt in de hele show.
Terwijl de standupcomedian alleen gebruik maakt van de microfoon en een aaneenschakeling van grappen en satires verteld
zo

ff uitgelegd
