#1. Varieer je trainingen.
• Varieer de combinaties van spiergroepen.
Om een zo groot mogelijk contrast met het vervolg van de trainingen te creëren, veranderen we ook de spiergroepen onderling, zoals b.v. antagonisten en agonisten.
Agonisten zijn spieren die samen werken als een team, een samenwerking voor beweging.
Antagonisten zijn spieren die zich ontspannen om aangespannen spier ruimte te geven om te werken.
• Kies verschillende oefeningen voor de zelfde spiergroep.
Daar een spier voor een optimale ontwikkeling afhankelijk is van de training hoek van de oefeningen, is een verscheidenheid van oefeningen nodig.
Maar omdat we maar een beperkte hoeveelheid aan oefeningen, per spiergroep per training kunnen doen, zal dat dus per periode moeten worden aangepast.
• Verwerk een verhoging in gewicht in je training.
Er is opnieuw een reactie van de spier mogelijk als de gebruikte gewichten verzwaard worden als extra stimulans.
Na een eerste periode van aanpassing kan iemand met een goed spierherstel al na een aantal trainingen de gewichten verhogen, omdat de spier zich snel aanpast aan de uitgeoefende spierbelasting.
• Varieer de soort van contractie tijdens de training.
Er zijn 2 soorten van beweging, ten eerste de positieve beweging en ten tweede de negatieve beweging.
Als we als voorbeeld het bankdrukken nemen, dan is het uitdrukken van het gewicht de positieve beweging en het laten zakken van het gewicht de negatieve beweging.
• Varieer de snelheid van contractie (langzaam/gewoon/snel).
Het is voor de spieren een totaal andere belasting als de oefeningen langzamer of sneller worden uitgevoerd.
De snelheid van contractie heeft een specifieke invloed op de spiervezels, die daardoor anders geactiveerd worden en daardoor anders reageren op de training vorm.
• Varieer machines met losse gewichten.
Het trainen met losse gewichten belast ook de rand spiergroepen die het gewicht in balans moeten houden. Bij machines staat de beweging vast en hoeven de rand spiergroepen het gewicht niet in balans te houden.
Het wel of niet in balans hoeven houden van een gewicht heeft een directe invloed op de directe belasting van de getrainde spier.
#2. Houd rekening met indivuele verschillen.
• Training achtergrond.
Om een programma optimaal samen te kunnen stellen is het belangrijk om te weten op welk niveau het moet worden samen gesteld.
• De indivuele capaciteit om te trainen.
Iedereen is verschillend, iedereen heeft sterke en minder sterke spiergroepen, minstens zo belangrijk is het concentratie vermogen en de wil om iets te bereiken.
• Het trainingsvolume en herstelvermogen.
Het herstelvermogen van een persoon is bepalend voor het trainingsvolume, het trainingsvolume wordt per trainingsperiode bepaald. Het is dus belangrijk om het herstel tijdens het programma in de gaten te houden en het programma tijdig aan te passen als het herstel achter blijft.
#3. Zorg voor een stap voor stap planning.
• Het plannen van programma’s zodat er een logische training opbouw ontstaat.
Iedereen reageert anders op stress (training), daarom moet voor elke atleet een apart programma gepland worden naar zijn of haar snelheid van aanpassing en behoefte.
#4. Voeding en supplementen.
• Zonder goede voeding, ondersteund met supplementen, is een optimale belasting, herstel en spiergroei niet of nauwelijks mogelijk.
Het voedingspatroon van de sporter is dus mede bepalend voor de planning van het programma.
greets leon