lief·de (dev; liefden, liefdes)
1 sterke genegenheid voor een persoon of zaak
2 genegenheid van personen tegenover elkaar, gebaseerd op seksuele aantrekkingskracht
lief·de·beurt 🇩🇪
1 predikbeurt, voor een ander waargenomen zonder geldelijke beloning
lief·de·blijk (het)
1 bewijs van liefde
lief·de·daad 🇩🇪
1 weldaad
lief·de·dienst (dem)
1 weldaad
lief·de·drift 🇩🇪 zie liefdesdrift
lief·de·le·ven (het) zie liefdesleven
lief·de·loos (bijvoeglijk naamwoord; liefdeloosheid)
1 zonder liefde, met gebrek aan liefde
lief·de·rijk (bijvoeglijk naamwoord; liefderijker, liefderijkst)
1 liefdevol
lief·des·af·fai·re 🇩🇪
1 liefdesgeschiedenis
lief·des·ap·pel (dem)
1 tomaat
lief·des·avon·tuur (het)
1 tijdelijke liefdesverhouding tussen personen, vooral met verwikkelingen verbonden of in verband gebracht
lief·des·ba·by (dem)
1 buitenechtelijk kind
2 zaak waarmee de bedenker, ontwerper of maker zich nauw verbonden voelt en waarvoor hij zich graag blijvend wil inzetten
lief·des·be·trek·king (dev)
1 liefdesverhouding
lief·des·brief (dem)
1 brief waarin men van zijn liefde getuigt
lief·des·daad 🇩🇪
1 geslachtsdaad
lief·des·dra·ma (het)
1 tragische gebeurtenis waarvan de liefde het motief is
lief·des·drank (dem)
1 drank waardoor de liefde wordt opgewekt
lief·des·drift 🇩🇪
1 geslachtsdrift
lief·des·drug (dem)
1 drug die liefde en verliefdheid stimuleert, m.n. ecstasy