Jij bent mijn lampje.
Mijn licht in een donkere hal.
Waar duister is.
Daar schijn jij.
Jij bent helder.
Net zo mooi als de zon.
Maar als het nacht is.
Dan gaat het lichtje uit.
Dan ga jij naar de horizon.
En sta jij s'avonds schijnend aan de hemel.
Jij bent zo helder als de nacht.
Een Engel.
Jij bent het licht.