A. Je bent bloedmooi.
B. Je bent heel rustig.
C. Je bent smoorverliefd.
D. Je kan arrogant zijn.
E. Je slijmt te veel bij juf.
F. Je kan goed dansen.
G. Je praat alleen over liefde.
H. Je bent heel lui.
I. Je bent harde werker.
J. Je bent super slecht.
K. Je bent gelukig.
L. Je maakt vaak een foto van je zelf.
M. Je bent super verwend.
N. Je bent stoer.
O. Je hebt veel vrienden.
P. Je houd van chocola.
Q. Je kijkt altijd tv.
R. Je houd van logeren.
S. Je houd van lezen.
T. Je bent sportief.
U. Je denkt dat je de beste bent.
V. Je zit altijd op de leptop.
W. Je doet altijd wat je zelf wil.
X. Je houd van je familie.
Y. je bent grappig.
Z. Je bent een leugenaar
1 opmerking
M. Je bent super verwend.
A. Je bent bloedmooi
N. Je bent stoer.
D. Je kan arrogant zijn
Y. je bent grappig.