D: Je bent goed in bed.
E: Je bent goed op de dansvloer.
N: Je ziet er bloedmooi uit.
I: Je hebt de perfecte uitstraling.
S: Je ben "outgoing".
E: Je bent goed op de dansvloer.
L: je hebt de perfecte uitstraling.
O: je bent onwijs maf.
T: je maakt het altijd naar je zin
T: je maakt het altijd naar je zin.
E: je bent goed op de dansvloer.
K: Je bent erg goed in zoenen.
I: Je hebt de perfecte uitstraling
M: Iedereen vind je te gek.