ik kotste op een lepel omdat k niks anders te doen heb.
ik kotste op mezelf omdat ik blij ben.1. ik kots mooit
2. al helemaal niet op mezelf
en
3. ik ben nooit blij.
Ik plaste op een kaars omdat ik zielig ben/geen leven heb
Ik heb een blauwe trui aan met daarover heen een zwart truitje met witte bloemenprint erop. Met korte mouwen.