Sharon is een:
Sharon ken ik van:
Sharon doet:
Sharon is te herkennen aan:
Sharon vind:
Sharon is echt slecht in:
Sharon kan soms echt:
Sharon heb ik wel is uitgelachen om:
Sharon is gek op:
Sharon is:
Sharon kan goed:
Sharon is vaak:
Sharon wil altijd:
Sharon houd van:
Sharon gebruikt vaak het woord:
Sharon wil altijd nog: