Ik zal haat overleven,
liefde een kans geven,
ik zal slechte mensen ontwijken,
en mijn einddoel bereiken
Ik heb een grote bek.
maar me hart is klein.
ik voel je woorden prikken.
ja, ze doen me pijn.
maar ik geef niet op.
ik vecht me eigen weg.
help je mij niet mee ?
oke, dan heb je pech.
ja, je bent mooi.
maar wat stelt dat nou voor?
als je binnen verrot bent, door en door.
probeer me niet te breken omdat ik jou niet ben.
ga niet over mij roddelen als je me toch niet kent.
want je ken me wel lelijk noemen..
arrogant of te klein.
dat kan mij echt niks schelen.
want ik zou nooit zo als jou willen zijn.
er is hoop, liefde en pijn.
geluk, verdriet en samen zijn.
verliezen, doorzetten en spijt.
moed, onrust en onzekerheid.
verlangen, boosheid en gemis.
allemaal woorden met een betekenis.
Aan de buitenkant ben ik gelukkig,
van buiten tover ik een lach op mijn gezicht.
Altijd vriendelijk en vrolijk lachend,
met de mensen om mij heen.
Maar niemand die doorheeft,
dat ik maar doe alsof ik leef.
Niemand die doorheeft hoe vermoeiend het is,
elke dag weer vrolijk te zijn,
terwijl je van binnen verscheurd wordt door allerlei gevoelens.
Van buiten ben ik zo gelukkig,
maar van binnen loopt er van alles mis.
Er zit een traan in mijn oog.
Stiekem, niemand die hem ziet.
Niet een traan van blijdschap,
maar een traan van stil verdriet
Die traan in mijn oog
rolt inmiddels over mijn wang
Ik kan hem niet meer stoppen,
hij gaat zijn eigen gang.
Er rolde een traan over mijn wang.
Hij kwam op de grond terecht.
Een traan van stil verdriet,
die voor mij zo veel zegt.
Er rolde een traan,
ik heb hem niet gestoord
Omdat je met een traan
soms zo veel meer zegt
dan een enkel woord.
Ik heb geleerd dat alles gebeurd om een reden,
dat je moet leren van de fouten uit je verleden.
Ik heb gezien dat niet iedereen te vertrouwen is.
Zelfs je gevoel heeft het soms gewoon mis!
Ik weet nu dat je soms iemand moet laten gaan,
terwijl je weet dat diegene voor altijd in je hart blijft bestaan.
Ik besef nu dat je moet doen wat je hart je zegt
en niet moet vechten voor iemand die niet voor jou vecht.
Ik heb geleerd dat je niet meer moet houden,
van iemand die dat niet waard is.
Ik heb mezelf voorgenomen om nooit op te geven,
altijd me dromen moet proberen na te streven.
Ik heb gemerkt dat je hard moet zijn,
gevoelig zijn geeft alleen maar pijn.
Voor me staat een meisje,
bruine ogen, zwart haar.
Het meisje kijkt terug,
en we lachen naar elkaar.
Maar al lacht het meisje nog zo hard,
Haar ogen lachen niet,
In haar ogen zie ik zoveel pijn
En ik ben de enige die het ziet.
Dat meisje is zo eenzaam
Ze wil zo graag een lieve vriend
Maar langzaam dringt tot haar door
Dat ze zoiets niet verdient.
Voor me staat nog steeds dat meisje
Ze kijkt me aan, haar ogen vol angst.
Vol verdriet en woede sla ik op het meisje in
De spiegel breekt
Er glijd een traan langs mijn kin.
Dat meisje,
Dat meisje ben ik.
Hoeveel pijn kan en hart verdragen,
hoeveel ellende kan je doorstaan.
Hoeveel rampen, tegenslagen,
hoeveel zware klappen kan je aan.
Hoeveel leed kan je alleen verdragen?
Hoe dapper moet je kunnen zijn,
om geen mens te laten merken
dat je hart breekt van de pijn.
Hoeveel dromen moet je laten varen,
hoe sterk moet je op je benen staan
om je zelfvertrouwen te bewaren.
En je niet totaal te laten gaan.
Hoeveel tranen moet je laten vloeien,
voor de allerdiepste wond heelt.
En de liefde nog een keer kan bloeien
in een hart dat veel geleden heeft.
Ik ben een meisje.
Ik ben af en toe een meisje met verdriet.
Ik ben af en toe een meisje die zegt dat boeit me niet.
Ik ben af en toe een meisje die om iemand geeft.
Ik ben af en toe een meisje waar niemand wat aan heeft.
Af en toe voel ik me gebroken.
Af en toe ben ik opgestoken.
Maar heel af en toe kan ik mezelf zijn.
en dat doet me ontzettend pijn.
Maar dan als ik dat kan voel ik me vrij.
Zo wil ik dat het altijd zo zal zijn.