
Ik ben ik.
Ik ben niet volmaakt.
Ik ben niet perfect.
Maar zo ben ik.
Ik weet wie ik ben.
En ik weet wat ik wil.
Soms ben ik een prater.
Soms ben ik heel stil.
Om mij te leren kennen.
Moet je dit kunnen leren.
Ik ben wie ik wil zijn.
En zo moet je mij maar accepteren!
Ga nooit heen zonder te groeten.
Ga nooit heen zonder een zoen.
Wie het noodlot zal ontmoeten,
Kan het morgen niet meer doen.
Ga nooit weg zonder te praten,
Dat doet soms een hart zo'n pijn.
Wat je 's morgens hebt verlaten,
kan er 's avonds niet meer zijn.
Lieve ome Leo,
Waarom al dat vechten,
Waarom al die pijn.
Je wilde hier niet weg,
Je wilde bij ons zijn.
De strijd was oneerlijk,
En geheel niet terecht.
Je wilde nog graag verder,
Maar verloor dit gevecht.
Voor mama,
Het was een zaterdagmorgen,
In een klap alles weg,
Die zekerheid, geen zorgen,
Veranderde in enorme pech.
Een klein propje,
En alles was veranderd.
Van spraakzaam naar spraakloos,
Van beweegbaar naar beweegloos.
Niet te begrijpen,
Die onzekere tijd,
Alles was goed,
Tot dat ongelooflijke feit.
Alles verknald,
Van buiten, van binnen,
Niet voor even,
Helemaal opnieuw beginnen.
Waar is dit aan te danken?
Wat hebben we misdaan?
Was dit echt wel nodig?
Moest het echt zo gaan?
Het is nu wel beter,
Maar zoals eerst,
Dat zal het nooit meer worden,
Het heeft de hersens overheerst.
I light a candle every night
Sending wishes to my angels above
Keep him safe this man I love
Watch over him and show your light
Let him know
As I close my eyes to sleep
I am in his arms as I dream
Vuur en ijs,
Sommige zeggen dat de wereld
in vuur vergaat.
Anderen zeggen in ijs.
Ik proef meer dan eens verlangen,
En hoor bij hen die vuur aanhangen.
Maar als er nog een verwoesting
op stapel staat.
Dan weet ik volgens mij genoeg
van haat.
Om te kunnen stellen dat het met ijs
ook heel goed gaat.
Meer is niet verijst.
Zo zag ik jou altijd, als de zon.
Mijn persoonlijke zon.
Je vormde een mooi tegenwicht
voor de wolken.
De wolken kan ik wel aan,
Maar tegen een eclips kan ik niet vechten.