Jongens zijn net chocola > je kan er niet vanaf blijven.
Jongens zijn net muziek > ze blijven hangen in je hoofd.
Jongens zijn net liedjes > ze gaan het ene oor in en het andere uit.
Jongens zijn net muggen > ze zoemen maar om je heen.
Jongens zijn net een hit > ze gaan je snel vervelen.
Jongens zijn net banen > er is altijd wel een betere.
Jongens zijn net kauwgom > als de smaak er vanaf is neem je gewoon een nieuwe.
Jongens zij net snoep > je weet dat het slecht is maar kan er niet vanaf blijven.
Jongens zij net wc's > als ze bezet zijn zoek je gewoon een andere.
Jongens zij net wiskunde sommen > je snapt er soms geen snars van.
Jongens zijn net hondestront > je trapt er elke keer weer in.
Jongens zijn net kerstbomen > eerst versier je ze , daarna dup je ze weer.
Jongens zijn als lucifers > voor je het weet is het uit.
Jongens zijn net bussen > als je er eentje mist, neem je gewoon de volgende.
Jongens zijn net tandenborstels > je moet ze goed gebruiken en regelmatig een nieuwe nemen.
Jongens zijn net een tafeltennis balletjes > ze gaan van het ene bedje naar het andere.
Jongens zijn net deurbellen > je belt ze, maar ze bellen nooit terug!
Jongens zijn net typex > eerst is het je typ, dan je ex.
Jongens zijn net postbode's > van het ene gleufje naar de andere.
Jongens zijn net vlooien > van poes naar poes.
Jongens zijn net vrachtwagens > voor je het weet lig je eronder
Jongens zijn net cake's > soms zijn ze om op te eten, maar soms als je boos bent dan wil je het wel verkruimelen.
Jongens zijn net ramen > je moet er naar blijven kijken en oppassen dat ze niet dichtklappen.
Jongens zijn net vervelende zusjes of broertjes > het is SOMS moeilijk om met ze te leven
Jongens zijn net haren > je moet ze onderhouden.
Jongens zijn net waarzegsters > ze zeggen soms wel wat maar menen het niet.
Jongens zijn net zeepjes > ze glijden over je heen.
Jongens zijn net broodroosters > als ze goed zijn wil je ze, en als ze.
Jongens zijn net plakband > je moet ze soms dichtplakken, anders is het teveel herrie.
Jongens zijn net luiaarden > jij zit te werken en hij zit op een stoel achter de tv.
Jongens zijn net koekjes > als je de verpakking eraf haalt dan zijn ze op op te eten.
Jongens zijn net lichtknopjes > het gaat elke keer aan en dan weer uit.
Jongens zijn net jonge katjes > ze doen wat ze willen.
Jongens zijn net sokken > ze stinken tenzij ze ff in de was gaan.