
Als Jan de Jonge in de hemel komt, wil God hem spreken. "Luister Jan, wat jij voor Heerenveen hebt betekend is niet niks. Daarom krijg jij hier je eigen huisje. Let wel: dat krijgt hier bijna niemand!"
God pakt de Jonge aan de hand en neemt hem mee naar een bungalow in de verte. Als ze bij het huisje aankomen ziet de Jonge dat op de deur het logo van zijn club zit. In de voortuin wappert de Friese -vlag. Jan denkt: Zo zo, da's niet verkeerd. Hier hou ik het wel uit.
Maar dan denkt ie: Wat hoor ik nou toch? Hij kijkt naar rechts, en hij gelooft zijn ogen niet! Op een wolk hoog verheven boven hem staat een gigantisch paleis. Het dak wordt gesteund door zuilen en rondom loopt een balustrade. Het paleis is in de kleuren geel-blauw geschilderd en overal ziet Jan Cambuur -vlaggen, SCC-graffiti en SCC-symbolen. Uit gigantische luidsprekers tettert het woanskip zijn kant op.
"Waaaaaaaaaaaaaaaaat?" roept de Jonge, "Woont daar die Menzo? Waarom dan? Menzo heeft toch geen zak gepresteerd? En dan krijgt hij zo' n huis? Belachelijk!"
God kijkt de Jonge diep in de ogen. "Dat is niet het huis van Menzo, daar woon ik."