Uitspraak van verwijderd op zaterdag 16 mei 2009 om 09:30:
sar·cas·me het; o bittere, bijtende spot
mislukken
regelmatig werkwoord
Betekenis(sen): 1. niet het verwachte resultaat opleveren
Nederlandse spelling: mislukken(ww.), mislukte, mislukt.
Synoniemen en/of verwante woorden: aborteren, afgaan, afstuiten, echec lijden, falen, flippen, floppen, in het honderd lopen, misgaan, miskleunen, mislopen, missen, niet slagen, scheeflopen, sjezen , stranden, stuklopen, tekortschieten, vastlopen, verijdelen, verongelukken
Antoniemen: lukken, slagen
Duits: abortieren, durchfallen, ins Wasser fallen, keinen Erfolg haben, missglücken, misslingen, nicht ankommen, platzen, scheitern, schief gehen, schief laufen, scheitern, verwerfen
Engels: abort, be unsuccessful, fail, fall through, flop, misfire, miscarry
Frans: manquer, échouer
Esperanto: aborti, bankroti, disÅaÅmiÄi, malprosperi, malsukcesi
Italiaans: andare a monte, fallire, fare fiasco, non avere successo, non riuscire
Portugees: falhar, fracassar, não ter sucesso, não ter êxito
Spaans: fallar, fracasar, no tener éxito