Partyflock

Hashje en wietje

 
Flockonderwerp · 47483
Er leefde eens een arme houthakker die Parihuana heette.­ Hij had een hele bazige vrouw, Marihuana genaamd.­ Ze hadden twee kinderen en die waren Hash en Wietje gedoped.­ Wietje speelde met haar babituraatjes en Hash speelde met Stuffie, zijn hondje en met zijn kat Morfientje.­ Marihuana zei: "­We moeten iets doen.".­ Parihuana snoof eens diep, maar wist niets te zeggen.­ Ze hadden namelijk niets meer te eten.­ Marihuana bedacht een boos plan.­ Ze zouden met z'n vieren een tripje gaan maken in het bos en daar zouden ze Hash en Wietje achterlaten.­ Maar de slimme Hash had alles gehoord en stak een mesje in zijn broekzak.­

De volgende dag gingen ze een tripje maken in het bos waar de wind door de bomen blowde die zo high waren.­ 's Middags deden Hash en Wietje een dutje en hun ouders gingen er stilletjes vandoor.­ Hash had echter met zijn mes lijntjes getrokken in de sneeuw.­ Zo konden ze gemakkelijk de weg naar het dorp terugvinden.­ Daar aangekomen durfden ze niet naar huis, dus gingen ze naar Opium en Omium.­ Die zaten vredig op een canabee naar de LSD-speler te luisteren waar juist de hit klonk:

Altijd rookt Kortjakje wiet,
midden in de week, maar 's zondags niet.­

's Zondags rookt zij heroïne,
met een snuifje cocaïne.­

Altijd rookt Kortjakje wiet,
midden in de week, maar 's zondags niet.­

Toen Opium en omium de kinderen zagen, begroetten ze hen uitbundig.­ "­High!"­, riepen Opium en Omium.­ "­High!"­, riepen Hash en Wietje.­ Ze kregen elk een cracker aangeboden.­ "­Hebben jullie nog honger?"­, vroeg Opium.­ "­Jaaa!"­, riepen Hash en Wietje, "­laten we gaan chinezen".­ "­Goed"­, zei Omium.­ "­Ik coke wel."­

De volgende dag werden Hash en Wietje weer naar huis gebracht.­ Parihuana was blij, maar Marihuana niet.­ Toen ze later weer een tripje gingen maken in het bos, lette Marihuana extra goed op Hash, zodat hij geen kans zag lijntjes te trekken.­ Toen ze weer alleen achterbleven waren ze echt verdwaald.­ Maar toen zagen ze een vogeltje dat floot: "­Wiedewiedewiet".­ Ze volgden het vogeltje en ze kwamen bij een huisje dat helemaal van coke gemaakt was.­ Zoveel coke hadden ze nog nooit bij elkaar gezien.­ Ze begonnen meteen te snuiven, maar terwijl ze zo heerlijk snoven, werden ze bespeed door de boze H-XTC, die in het huisje woonde.­

Ze hoorden een kraakstem: "­Sniffel, snaffel, snuifje, wie snuift er aan mijn huisje?"­ "­Het is de wind, de wind, het highe kind"­, riepen Hash en Wietje in koor.­ Dit herhaalde zich een paar maal.­ Maar toen kreeg de H-XTC argwaan en ze kwam naar buiten en zei met een lief stemmetje: "­Kom maar mee naar binnen, daar heb ik lekkere spacecake voor jullie".­ Maar eigenlijk had de boze H-XTC maar al te veel zin in Hash en Wietje.­ Na een tijdje zaten Hash en Wietje helemaal stoned en uitgeteld bij de H-XTC aan tafel.­

Nu wilde de H-XTC Wietje gaan drogen in haar drooghok en Hash samenpersen in haar persijzer om hem vervolgens in blokjes te snijden.­ Nu konden ze niet meer ontkomen.­ "­Hennep!"­, riep Hash.­ "­Hennep!"­, riep Wietje.­ Ze waren bang om opgerookt te worden.­ Wietje moest gaan kijken of de kolen in het drooghok al heet genoeg waren.­ Ze zei tegen de H-XTC dat ze het niet goed kon zien.­ De H-XTC ging zelf gaan kijken en wietje duwde de H-XTC in het drooghok en deed de deur dicht.­ De H-XTC begon te schreeuwen: "­Hennep!".­ Al gauw bleef er niet veel meer over dan een sissend hoopje blubber.­ Wietje haalde Hash en ze waren blij.­ Ze doorzochten het huisje en namen zo veel drugs mee als ze maar konden dragen.­ Hun zakken puilden uit van de heroïne, morfine, methadon, hash, wiet, coke en vooral XTC.­

Ze staken het huisje achter zich in brand.­ Crack zei het huisje.­

Ze gingen met speed naar huis.­ Het Wiedewiedewiet-vogeltje wees hen de weg.­ Onderweg kwamen ze nog Rookkapje en Sneeuwwietje tegen.­ Toen ze thuis kwamen, was Parihuana heel blij.­