Partyflock
 
Flockonderwerp · 107862
Afterparty

En dan is het vier uur. De kroeg sluit onherroepelijk, en dat is voor iedereen het beste. De lichten zijn onvriendelijk geworden, en de nacht lispelt je naam. Je pakt je jas, frommelt je das om je nek en stommelt de buitenlucht in. Het is tijd voor een dutje. Je hebt het verdiend. Maar dan, op de valreep –je kunt de zachte lakens welhaast voelen- gilt er iemand: ‘Afterparty!’ En zonder dat je precies weet wat er gebeurt, zonder dat je er invloed op hebt, beginnen je voeten achter de groep aan te slenteren. De verkeerde richting uit. Eer je weer eenmaal een beetje logisch denken kunt, zit je er tot je nek in.

“Afterparty”, het klinkt meeslepend. Dat is het niet. Je kunt het ook “naborrel” of “doorzak” noemen, maar dat maakt het er beslist niet beter op. Het is na een geweldige film ‘the making of…’ gaan zitten kijken. Je ziet het heel lelijk licht worden, tijdens gesprekken die je vergeet.

Een afterparty wordt eigenlijk altijd bevolkt door acht man of minder, die paniekerig proberen een fles vieze drank leeg te krijgen. Dit dient geen enkel doel meer, maar dat maakt niemand wat uit. Zolang de nacht maar niet ophoudt. Ook tekent zich binnen afzienbare tijd een vaste rolverdeling af. Die kun je blind invullen. Om te beginnen is er het zelfbenoemde DJ-duo. Twee man die vechten om de muziekinstallatie, waardoor er de hele tijd “ontzettend belangrijke muziek” halverwege wordt afgekapt omdat de ander iets veel beters weet. Dat is eigenlijk altijd hetzelfde als wat je die avond al meerdere malen had gehoord. Verder ruziën ze wat over de volumeknop, om de tijd te doden.

Ook een zekerheidje is de bronstige vrijgezel. Dat is, het moet gezegd, doorgaans een jongen. Hij probeert al heel de avond wanhopig een leuk friemelspeeltje aan de haak te slaan, maar het lukt niet, dus daarom is hij mee. Er is namelijk ook altijd wel een stomdronken meisje aanwezig, dus god zegene de greep. Ach, het dronken meisje. Eigenlijk kent niemand haar, maar omdat de dappere veroveraar zijn eigenwaarde bij binnenkomst meteen in de paraplubak heeft geflikkerd, geeft dat niks. Het dronken meisje zal het ook allemaal een rotzorg zijn. Die is vorige week geslaagd voor haar HAVO, en is nu bezig aan een succesvolle reeks vreselijke stommiteiten, die allemaal maar één doel dienen: haar vader diep ongelukkig maken. Omdat het kan.

Ondertussen draait het DJ-duo afwisselend ‘The end’ van The Doors en ‘Karma police’ van Radiohead. Of er heeft iemand een gitaar gepakt. Die speelt, in dat geval, afwisselend ‘The end’ van The Doors en ‘Karma police’ van Radiohead.

En dan heb je de initiator van het onzalige plan nog. Die ligt meestal binnen vijf minuten gestrekt. Met bloeddoorlopen ogen, gedrapeerd over een bank, pruttelt hij wat over de liefde, de dood, het einde van de wereld of een mallotig politiek complot. Ondertussen doet de rest een spelletje. In negen van de tien gevallen komen daar gênante vragen bij kijken, en anders moeten er kledingstukken uit.

Ach en wee, de afterparty. ‘Party’ betekent feest, maar daar heeft het weinig mee te maken. Het is geen feest. Het is een spuuglelijk schilderij waar je tóch naar blijft kijken. Het is de zwanenzang van een roedeltje zatlappen dat de ochtend zo lang mogelijk probeert uit te stellen. Je wil niet mee, maar de rollen zijn verdeeld. Je bent de helft van het DJ-duo. Je bent de bronstige vrijgezel. Je bent het stomdronken meisje. Je bent gedoemd. De nacht lispelt je naam. Maar je luistert niet.